Kinderpsychiater Peter Adriaenssens wil de verjaringstermijn voor seksueel misbruik van minderjarigen optrekken van 10 naar 15 jaar. Dat zei hij dinsdag in de Kamercommissie Justitie, waar hij werd ondervraagd over zijn rapport.
Adriaenssens verklaarde dat hij aanvankelijk geen voorstander was van een verlenging van de verjaringstermijn voor seksueel misbruik van minderjarigen, omdat hierdoor ook de trauma’s van de slachtoffers langer open blijven liggen.
“Maar ondertussen stellen we vast dat jongeren steeds langer bij hun ouders thuis blijven wonen en ook langer in afhankelijkheidssituaties zitten”. Daarom is hij nu gewonnen voor het voorstel van justitieminister Stefaan De Clerck om de verjaringstermijn op 15 jaar te brengen.
Verjaringstermijn even afschaffen?
Hij verwees ook naar een experiment in Boston in de Verenigde Staten. Daar werd de verjaringstermijn voor seksueel misbruik in de Kerk gedurende twee jaar even afgeschaft om de generatie slachtoffers die nu over de vijftig is, de kans te geven om ook klacht in te dienen. Na twee jaar wordt de oude regeling opnieuw van kracht. Adriaenssens “gaf dit mee als idee”, hij bepleitte het niet echt.
De kinderpsychiater zei nog dat een meerderheid van de slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk geen sanctie vraagt, maar eerder bemiddeling en erkenning van hun slachtofferschap. De slachtoffers staan ook heel huiverig tegenover een parlementaire onderzoekscommissie, "ze haken af bij dat idee", aldus de prof.
Weinig klachten
Adriaenssens stelde dat zijn Commissie zo’n 60 dossiers grondiger kon onderzoeken en daarvan gingen er 15 naar het gerecht. In deze gevallen werd aan de Kerk voorgesteld om de priester uit zijn functies te ontzetten en dat werd altijd gevolgd, zo zei hij.
De prof wees erop dat er de voorbije jaren niet alleen bij het gerecht weinig klachten binnenliepen. Ook bij de Vlaamse Centra voor Kindermishandeling was dat zo. Daar kwamen in 23 jaar tijd amper 6 klachten binnen over seksueel geweld in de Kerk. Hoe komt het dat de slachtoffers ook niet naar die centra stapten, vroeg hij zich af.
Franstalige slachtoffers
Op de vraag waarom zo weinig slachtoffers uit Franstalig België kwamen (amper 51, tegen 458 uit Vlaanderen) opperde hij dat in de periode van de feiten Wallonië al bijna geen privé-internaten meer had, maar nog slechts openbare. Dus moest er wel minder seksueel misbruik door geestelijken zijn.
Hij beklemtoonde ook het bestaan van een ‘taalgrens’ in Europa: “In de noordelijke staten heb je een grote bewustwording rond seksueel misbruik in de Kerk en in de zuidelijke bijna geen. De grens loopt eigenlijk door België”.
Meldingsplicht
Adriaenssens stond sceptisch tegenover de invoering van een meldingsplicht voor mensen met een beroepsgeheim. “Waar zo’n plicht bestaat, zie je dat ze toch weer wordt omzeild”. Hij pleitte nogmaals voor een onafhankelijke commissie bij de gemeenschappen, waar slachtoffers zowel zorg als een gerechtelijke afhandeling van hun zaak kunnen krijgen.
Binnen veertien dagen hoort de Commissie Justitie de voorgangster van Adriaenssens, eremagistrate Godelieve Halsberghe. Zij handelde in tien jaar 33 klachten af. De commissie hoort dan ook het college van procureurs-generaal én de minister van Justitie. Er viel nog geen beslissing over het voorstel om een onderzoekscommissie op te richten.
JDW
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments