Terwijl andere ‘rijke landen’ centjes op tafel leggen om een flink stuk miserie uit de wereld te helpen, trekken drie Belgische ministers naar Warschau om te zeggen dat ze nog aan het ruziën zijn.
In Warschau wordt er druk vergaderd over een klimaatakkoord, dat tegen 2015 helemaal klaar moet zijn. De insteek? De aarde warmt op, het klimaat verandert en of het er nu iets mee te maken heeft of niet: de ecologische voetafdruk moet flink verminderen. Rijke landen storten in een klimaatfonds om een buffer op te bouwen voor de toekomst.
Voor België stapten maar liefst drie ministers op het vervuilende vliegtuig richting Polen: Melchior Wathelet, Joke Schauvliege en Philippe Henry. Niet dat ze zoveel centjes meenemen dat één enkel persoon het niet kan dragen. Sterker nog: ze gingen met zijn drieën om daar in Warschau uit te leggen dat er voorlopig niks bijgelegd wordt. Het Vlaams, Waals en Brussels Gewest is namelijk intussen al een jaartje of vijf aan het bakkeleien over de hele klimaatpolitiek.
“De interne verdeeldheid maakt onze positie niet makkelijker”, geeft Wathelet toe in De Morgen. “Tot 85 procent van de klimaatfondsen die wel betaald zijn komt van de federale overheid. Door de verdeeldheid onder de gewesten onderling kunnen wij momenteel niets beloven voor de klimaatfinanciering.”
Schauvliege’s antwoord is kort maar krachtig: “Ik hoop dat we nog dit jaar een akkoord bereiken”, laat ze weten in dezelfde krant.
De Filippijnse afgevaardigde laat dan weer weten dat hij niet goed begrijpt waarom het allemaal zo lang moet duren. “Mijn land weigert te aanvaarden dat een dertigste of veertigste klimaatconferentie nodig moet zijn om het probleem van klimaatverandering aan te pakken. Mijn landgenoten zijn wanhopig op zoek naar eten en ook ik ga niets meer eten tijdens deze top, tot er een akkoord in zicht is. (SL)
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments