Bij het begin van de afscheidsplechtigheid in de Soeverein nam de Lommelse burgemeester Peter Vanvelthoven het woord. De burgervader was er de ochtend na het busdrama meteen aanwezig in 't Stekske om er de ouders op te vangen en in te lichten. Daarna reisde hij mee met de families naar Zwitserland en stond hij een week lang ter beschikking van hen.
"En toen werd het donker", begon Vanvelthoven, die even daarvoor de prominenten nog had gegroet, zijn rede. "De lente steekt vandaag zijn neus aan het venster maar aarzelt. Vandaag is er geen plaats voor een nieuw begin. De sneeuw in ons hart laat geen lente toe. De ouders hebben geen afscheid kunnen nemen zonder een laatste keer 'Ik hou van je' te zeggen."
"Vorige week, het waren 40 lange, loodzware uren samen onderweg", blikte de burgemeester terug op de reis naar Zwitserland. "Uren vol vrees, kwaadheid, wanhoop, onmetelijk verdriet."
Vervolgens richtte Vanvelthoven zich namens alle ouders in het Frans tot de Zwiterse presidente Eveline Widmer-Schlumph, die ook in de zaal zit. "Onze dank gaat uit naar de hulpverleners in Zwitserland en het Zwitserse volk, die een enorme steun voor ons zijn geweest."
"Maar ook dank aan alle Belgen die er alles aan hebben gedaan om hun verdriet draaglijk te maken."
De burgemeester besloot zijn boodschap snikkend met de woorden van Bram Vermeulen:
Als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is de heimwee die ik achterliet,
dood ben ik pas als jij die bent vergeten.
En als ik dood ga, treur maar niet
ik ben niet echt weg moet je weten
het is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.
En als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij mij bent vergeten
dood ben ik pas als jij mij bent vergeten.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments