Dierick had vragen bij het bijzonder gewelddadig optreden van het Antwerpse BBT, - in de volksmond “de bottinnekes” genoemd, - tegen Jonathan Jacob (26) uit Affligem. Hij overleed op 6 januari jl. in een Mortselse politiecel aan zijn verwondingen.
Volgens Dierick waarschuwde het Comité P, dat de politiediensten controleert, al in 2002 voor “ernstige incidenten” omdat te veel leden van het BBT “overstresst” zouden zijn door de lange wachttijden en de vele overuren; einde december 2001 had ieder BBT-lid 55 werkdagen tegoed voor gepresteerde overuren. Het Comité P eiste toen dat het BBT naar de federale politie zou worden overgeheveld, omdat in het Octopusakkoord staat dat dit soort diensten daar thuishoort.
In 2004 herhaalde het Comité P dit nog eens in scherpe bewoordingen: “Sommige politiezones denken dat ze alle problemen moeten oplossen zonder rekening te houden met het Octopusakkoord”, zo luidde het toen. Ondertussen is het BBT nog steeds bij de lokale Antwerpse politie en Dierick wilde weten hoe dit kwam.
Nooit wantoestanden
Turtelboom zegde dat er “nooit sprake was van wantoestanden bij het Antwerpse BBT”. De leden (1 officier, twee middenkaders en 12 inspecteurs) zijn “voltijds lid van het BBT en ze presteren gemiddeld niet meer overuren dan de andere diensten van de Antwerpse politiezone. Ze hebben ook niet meer premies, behalve die voor contacteerbaarheid en terugroepbaarheid”.
Eén dodelijk incicent
Het BBT werd opgericht in 1993 en het incident in Mortsel was “het enige met dodelijke afloop”. Wel heeft het BBT in 1995 één verdachte neergekogeld en zwaar gewond uit wettige zelfverdediging, nadat die eerder zelf met een jachtgeweer had geschoten. Ook dit jaar schoot het BBT een gijzelnemer neer vooraleer de federale politie ter plaatse was.
JDW
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments