Wanneer je een trappist wil drinken, heb je niet graag een Heineken in de plaats - al kan je die eerste zin vervangen door 'als je bier wil drinken'. Maar dat geldt blijkbaar niet voor groene stroom.
Energiespecialist Tom De Meester schreef er een boek over met de toepasselijke naam 'Opgelicht': België scoort verbazend hoog op het percentage groene energie dat we verbruiken: maar liefst 54 procent zou groen zijn. Bizar, want slechts 7 procent van onze energieproductie bestaat uit groene energie. Wat er dan wel aan de hand is? Energieproducenten kopen een 'groen etiket' van landen waar wél voldoende groene energie wordt geproduceerd, in ons geval vooral van Noorse waterkrachtcentrales. Met dat groen etiket kan een leverancier stroom, die uit een kerncentrale komt, aanbieden in België alsof het groene stroom is.
Tot voor kort was dat zelfs een bijzonder lucratieve bezigheid: het etiket kost nog geen 30 eurocent per megawattuur, terwijl de leverancier 3,30 euro minder taksen moest aanrekenen. Een verschil dat uiteraard niet ten voordele van de consument werd doorgerekend, wat had je nu gedacht? Die extreem gunstige situatie is ondertussen opgeheven.
Toch maken een aantal producenten nog steeds gewag van 100 % groene energie, terwijl de echte cijfers anders zijn: Electrabel haalt amper 11 procent, Lampiris 18 procent, Essent 7 procent en Ebem 17 procent en ga zo maar door. Zo sterk zijn we dus niet bezig wanneer het om groene stroom gaat, of hoe cijfertjes niet altijd de hele waarheid vertellen… (KA)
Ook in Nederland kennen ze hetzelfde principe:
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments