Na acht dagen vechten is sinds woensdagavond een bestand van kracht tussen Israël en de Palestijnen in Gaza. De crisis lijkt daarmee, tenminste tijdelijk, opgelost. De vorige woedde bijna dag op dag vier jaar eerder. Sinds de onafhankelijkheid van Israël in 1948 heeft het Midden-Oosten geregeld in brand gestaan. Een overzicht van 65 jaar oorlog in tien grote brandpunten. Door Paul De Bruyn.
Mei 1948: Eerste Israëlisch-Arabische oorlog
Na het uitroepen van de onafhankelijkheid door Israël op 14 mei 1948 vallen legers van de Arabische landen Egypte, Libanon, Syrië, Jordanië en Irak de nieuwe staat aan. Israël slaat de aanval af. Meer dan 700.000 Palestijnen worden uit hun huizen verdreven of slaan op de vlucht. De Palestijnen noemen dit de Nakba, de catastrofe.
Oktober 1956: Suez-crisis
In reactie op de blokkade van de Golf van Akaba door Egypte en een militaire alliantie tussen Egypte, Syrië en Jordanië valt het Israëlische leger de Sinaï-woestijn binnen en rukt op naar het Suezkanaal. Groot-Brittannië en Frankrijk steunen de actie, de VS zijn tegen en spreken hun veto uit in de VN-Veiligheidsraad. Tegen januari 1957 trekt Israël zich terug, maar het behoudt de controle over Gaza, dat tot dan toe onder Egyptisch bestuur stond.
Juni 1967: Zesdaagse Oorlog
Na een nieuwe blokkade van de Golf van Akaba en een nieuwe alliantie tussen de Arabische landen valt Israël preventief aan. In zes dagen brengt het zijn veel grotere tegenstanders Egypte, Jordanië en Syrië zware verliezen toe. Israël verovert Oost-Jeruzalem op Jordanië, de Golanhoogte op Syrië en de Sinaï op Egypte. In de door Israël veroverde gebieden wonen honderdduizenden Palestijnen. Na de oorlog richten zij verschillende organisaties op om tegen de Israëlische bezetting te strijden.
September 1972: Moorden op Olympische Spelen
Palestijnse commando's van de groep Zwarte September dringen het verblijf van de Israëlische atleten op de Olympische Spelen in München binnen en eisen de vrijlating van 234 Palestijnse gevangenen en van Andreas Baader en Ulrike Meinhof, de leiders van de Duitse Rote Armee Fraktion. Het commando doodt elf gijzelaars. Vijf van de acht gijzelnemers worden gedood in een gevecht met de Duitse politie, de andere drie worden opgejaagd en gedood door de Israëlische geheime dienst.
Oktober 1973: Jom Kippoer-oorlog
De legers van Egypte en Syrië maken van het Joodse feest van Jom Kippoer (Grote Verzoendag) gebruik om een verrassingsaanval in te. Ze rukken snel op, maar dan slaat Israël terug. Het drijft de Egyptenaren terug tot over het Suezkanaal en de Syriërs tot voor Damascus. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger kan na bemiddeling een bestand afdwingen. De Arabische landen gebruiken voor het eerst het oliewapen: ze maken de prijs van olie vier keer duurder. Het is het begin van de economische crisis.
Juni-september 1982: Libanon-crisis
Na aanhoudende aanvallen door de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO vanuit Libanon zet Israël Operatie Galilea in om de bases van de PLO te vernietigen. Israël verovert het grootste deel van Libanon, waaronder de hoofdstad Beiroet. In Beiroet richten christelijke milities met medeweten van Israël een slachting aan in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. De PLO moet vertrekken uit Beiroet en vestigt haar hoofdkwartier in Tunis.
December 1987-1993: Eerste intifada (opstand)
De Palestijnen in de door Israël bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever, in Gaza en Oost-Jeruzalem komen in opstand tegen de repressie waarvan ze het slachtoffer zijn. De stakingen en acties duren meer dan vijf jaar. Er komt pas een einde aan met de onderhandelingen over de Oslo Akkoorden tussen Israël en de Palestijnen en de ondertekening daarvan in Washington op 13 september 1993 door de Israëlische premier Yitzhak Rabin en PLO-leider Yasser Arafat.
September 2000-2005: Tweede intifada
Na de mislukking van de onderhandelingen in Camp David tussen Arafat en de Israëlische premier Ehud Barak brengt de Israëlische oppositieleider Ariel Sharon een omstreden bezoek aan de Tempelberg in Jeruzalem. Er breken rellen uit die uitmonden in een tweede Palestijnse opstand. Het geweld houdt op na de dood van Arafat in november 2004, het aantreden van de nieuwe Palestijnse leider Mahmoud Abbas en de vrijlating van 900 Palestijnse gevangenen door Israël.
December 2008-januari 2009: Operatie in Gaza
Om een einde te maken aan de raketbeschietingen door de extremistische Hamas vanuit Gaza zet het Israëlische leger de Operatie Gegoten Lood (Cast Lead) in. Er vallen meer dan 1300 doden. Op 17 januari kondigt Israël een eenzijdig bestand af, later gevolgd door Hamas en de Islamitische Jihad. Dat bestand wordt voortdurend geschonden. Israël handhaaft zijn sinds begin 2008 ingestelde blokkade van Gaza. Op 31 mei 2010 probeert een internationaal hulpkonvooi de blokkade te doorbreken. Er vallen negen doden onder de actievoerders.
November 2012: Nieuwe operatie in Gaza
Nieuwe beschietingen door Palestijnse militanten vanuit Gaza zijn voor Israël aanleiding om zijn volgende grote operatie in te zetten. Israël schakelt Ahmed al-Jaabari, de militaire leider van Hamas, uit en voert bombardementen uit op gebouwen die het als bases beschouwt. Na een week gaat een bestand in.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments