Joden woedend op Herman Van Rompuy wegens gedicht Actua
Joden woedend op Herman Van Rompuy wegens gedicht
Actua

Joden woedend op Herman Van Rompuy wegens gedicht

De Joodse gemeenschap is boos op Herman Van Rompuy. De voorzitter van de Europese Raad had het gewaagd een meer dan 100 jaar oud gedicht op zijn persoonlijke blog te zetten: de meeuw.
Het gevogelte van dienst is de titel van een gedicht uit 1909 van Cyriel Verschaeve waarin hij heel lyrisch uitweidt over de meeuw, de arend van de zee, meer niet. Is de meeuw van soms niet koosjer? Ook daar wringt het schoentje niet, maar wel in wat Verschaeve tijdens de twee wereldoorlogen heeft aangevangen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij als kapelaan de steun en toeverlaat voor de Vlaamse jongens aan het front én een fervent voorstander van gelijke rechten voor Vlamingen en Walen. In die hoedanigheid was hij actief betrokken bij het uitroepen van de onafhankelijkheid van Vlaanderen op 22 december 1917 door de Raad van Vlaanderen en met de steun van het Duitse Rijk.

Als actief lid van de Frontpartij bleef hij ook na de Oorlog ijveren voor Vlaamse gelijkberechtiging. Het blijven botsen op het Belgisch immobilisme, dreef hem 30 jaar na het schrijven van dat gedicht in de armen van de Nazi’s wier pan-germaans idee hem wel aanstond. Verschaeve collaboreerde!

En dat is de reden waarom Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, lid van de CD&V, onder druk van een Joodse lobby een gedicht over een zeevogel van zijn webstek moet halen. Nog één geluk: zijn jonge partijgenote Nathalie-die-overal-nazi’s-ziet, was er nog niet achter gekomen. (hvr)

DE MEEUW

Waar men geen kleinheid kan ontwaren,
Maar zij alleen nog blijven leven:

De hemel waar de wolken varen,
De zee waarop de baren streven,
Daar streeft zij, vaart zij met haar mee
En hangt in den hemel boven de zee.

Als zeeschuim wit, blauw als de baren,
Mag zij haar moeders kleuren dragen;
Haar wentlend-boogde vleugels varen,
Gelijk de baren wiegewagen,
Ver, eenzaam ver van elke ree,
Alleen bij zijn moeder, 't kind van de zee.

In 't maatloos ruim van ijle luchten
En wijde zeeën blijft zij hangen;
Hun eenzaamheid doet haar niet vluchten.

Hun woede ziet zij zonder bangen,
Hoog in des zeewinds storm of vree
Daar hangt zij en volgt het leven der zee.

De zeewind is de zeedrift, vogel!

Als zeeliefde breed, als zeehaat machtig.

O span en stijf uw sterken vlogel,
Houd in den wind u, worstel krachtig,
Leef 't reuzen-driftenleven mee:
Al wie haar drift voelt, leeft met de zee.

Zij houdt haar driften eeuw op eeuwen;
Zij doen haar naar den hemel zingen
Of naar de donkre helle schreeuwen.

Blijf hangen in haar eeuwige kringen,
Al kost het moeheid, worstlen, wee;
Slechts wie van haar drift lijdt, vat ook de zee.

De zee te zien, haar drift te voelen
Den afgrond-wijden zieleboezem
Met brede golven binnenspoelen,
O daarvoor mag men tot den droesem
Den kelk wel legen van haar wee.

Slechts 't bittere water wordt ook de zee.

Blijft heel uw deel in de zeedrift vergen,
En, stormt hij langs de oneindige banen,
Huil, lijk uw broeder uit de bergen,
Met al de stormen en de orkanen
Het eindloos lied der grootheid mee,
O wildschone meeuwe, o arend der zee.

(Cyriel Verschaeve, 12 october 1909) 

WebAds_Mobile_3

0 claps
0 visitors

Place comments

666

0 Comments

More comments

You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.

Show all comments