"Waarom wordt een assisenklant die eerder is veroordeeld voor gijzeling of mensenhandel als een recidivist gedefinieerd en iemand die veroordeeld is voor zeepiraterij, vliegtuigkaping, muiterij of mensensmokkel niet? Terwijl de feiten toch gelijkaardig zijn! Het ontwerp tot verstrenging van de voorwaardelijke invrijheidsstelling bevat veel onlogische regelingen, die als discriminatie kunnen worden aanzien."
Dat schrijft de juridische dienst van de Senaat in een erg kritische nota over de wet-Martin, die de voorwaardelijke invrijheidsstelling verstrengt. Eén van die verstrengingen gaat over het begrip "recidive". Het ontwerp van justitieminister Annemie Turtelboom (Open Vld) bevat een lijst met een aantal misdrijven, die bij een latere veroordeling door assisen, van de crimineel een recidivist maken. Een recidivist met een celstraf van meer dan dertig jaar kan maar na drie vierde van de straftijd vrijkomen, tegen nu twee derde. Als er echter géén recidive is, omdat het misdrijf niet in de bewuste lijst van minister Turtelboom staat, dan komt de veroordeelde al na één derde vrij. Het kan bij deze misdrijven dus gaan om een verschil tussen één derde van de straftijd uitzitten of drie vierde van de straftijd uitzitten.
Onlogisch
En volgens de juridische dienst zit de lijst van misdrijven erg onlogisch in elkaar. "Nu eens komen niet-correctionaliseerbare misdaden met zwaar geweld niét in aanmerking voor recidive. Dat geldt bv. voor roofmoord. Maar een gewone moord, een oudermoord of een terroristische moord komen dan weer wél in aanmerking voor recidive", zo staat er streng. De juridische dienst roept de minister op om die verschillen te motiveren of de lijst aan te passen.
JDW Foto Reuters
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments