Het aantal kinderen en jongeren dat in België onder de armoedegrens leeft, is tussen 2007 en 2010 met een kwart gestegen: van 10 naar 12,8 procent. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), schrijft De Morgen donderdag.
Tussen 2007 en 2010 steeg bij liefst 16 van 33 OESO-leden de armoedegraad van kinderen en jongeren, met toenames van méér dan 2 procentpunt in Turkije, Spanje, Slovenië, Hongarije en België. Terwijl het aantal 0-17-jarigen dat in 2007 onder de armoededrempel (helft van het mediaan inkomen) leefde 10 procent bedroeg, was dat drie jaar later al bijna 13 procent.
"We waren door deze gegevens uit jullie land zelf verrast omdat uit ander onderzoek blijkt dat jullie welvaartsstaat relatief goed werkt", vertelt Michael Förster van de OESO.
"In de eerste drie crisisjaren steeg de ongelijkheid van Belgische marktinkomens (inkomens voor belastingaftrek) weliswaar licht. Tegelijk was er een kleine daling van de ongelijkheid door een evenwichtig lasten- en uitkeringsbeleid."
Werkloosheid
Een mogelijke verklaring voor de gestegen kinder- en jongerenarmoede is de stijging van de (tijdelijke) werkloosheid onder eenoudergezinnen en jonge ouders, een trend in vele OESO-landen.
In de drie onderzochte jaren steeg de gemiddelde relatieve inkomensarmoede in alle OESO-landen gemiddeld van 13 naar 14 procent onder kinderen en van 12 naar 14 procent onder jongeren, maar viel van 15 naar 12 procent terug bij bejaarden. Dat komt omdat pensioenen tot 2010 buiten schot bleven van besparingen, die wel al doorwogen op de werkende huishoudens.
Ook de hoge werkloosheids- en armoedegraad onder migranten speelt in ons land een grote rol.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments