Vandaag is nog een peloton perskoelies uit het vaderland aangekomen. Met enig leedvermaak zie ik hoe zij ongestreken een nachtje moeten overslaan. Ik weet hoe het voelt. Hun aankomst is de aanleiding voor een diner in het business center van ons vaderlands paviljoen. Bereid door een Belgische sterrenkok. En aangeboden door de baas van ons paviljoen, Leo Delcroix.
Hij vertelt ons dat ons paviljoen het goed doet. De bezoekers zijn dol op onze diamanten en chocolade. En op onze frieten en wafels. Ik zie hoe een jonge Chinese afwisselend van een warme wafel en haar pakje friet knabbelt. Een combinatie die ik me slechts zie maken in beschonken toestand of na een dwaze weddenschap. Het tweede dan vermoedelijk gevolg van het tweede. Maar goed, als het haar maar smaakt.
Toch wel straf: ons dierbaar vaderland de nummer één in omzet van alle paviljoenen.
Daarna krijgen we een bezoek aan het Belgisch paviljoen waar ik intussen zelf een goede gids zou kunnen zijn. Het is er iets minder druk dan de voorbije dagen. Al blijft het me verbazen hoe ze hier aanschuiven voor wat chocolade, foto's maken van zichzelf voor de foto van de Koning en Frank De Winne. Of tientallen foto's maken van diamanten in de vitrines... Zie een Chinees en veel kans dat je ook een flits ziet.
Daarna beleef ik nog één van de aangename kanten van mijn vak. Dankzij perspassen en goede contacten hoeven we niet aan te schuiven om de tentoonstellingen van Engeland, Frankrijk en Italië te zien. En dat betekent hier iets. Aan de populairste paviljoenen zou er tot vijf (en dit is geen tikfout) uur worden aangeschoven om er binnen te komen.
Engeland heeft langs de buitenkant een prachtgebouw (zie foto) Zij hebben één thema: het milieu. Binnenin lijkt het heel sterk op de buitenkant, met op elke zetel één zaadje van een Engelse plant. Tja. Ik vind het niks. Maar andere collega's vinden dat 'het wel iets heeft'. From this jury: England 1 point.
Frankrijk heeft een prachtige hangende tuin gemaakt. Met bovenaan de tuin een restaurant waar een driesterrenchef kookt. De tentoonstelling zelf toont vooral beelden van Frankrijk. Een prototype van Citroën. En een paar klassieke kunstwerken. Van Manet en Rodin bijvoorbeeld. Met daar rond of daarvoor een hele batterij flitsende Chinezen. Het verdict: La France, 8 points.
Ons laatste bezoek is er eentje aan Italië. Overweldigend aan de inkom is een muur waarop verticaal! een orkestvloer is gebouwd met alle instrumenten. Tot en met een piano. Straffe kost. De Italianen pakken ook groot uit met hun modeontwerpers. Verder een vleugje toerisme, want antiek, een filmpje in 3D. Maar niet meer het adembenemende van de orkestmuur aan de inkom. "Typisch Italiaans", merkt een collega op. "Die gooien wel meer iets op een hoopje." Zou die man het over hun pizza's hebben? Wat mij betreft: Italy: 6 points.
We trekken met de eerbiedwaardige confraters terug naar 'ons' paviljoen. Waar we nog iets drinken in het Belgian Beer Café. De bierliefhebber in mij krijgt bijna een beroerte als hij een Chinees achter de tapkraan ziet zondigen tegen alle tapprincipes. En de snelheid waarmee de bestelling wordt geleverd, is ook al niet meteen goed voor mijn hartritme. Als dat in mijn stamkroeg zou gebeuren, brak de revolutie uit. The Chinese barman: zero points.
Na de versnapering vragen mij pas aangekomen collega's maar één ding. Naar het hotel. Met de flair van een oudgediende loods ik mijn collega's, die steeds meer levende lijken zij, naar de taxi's. Zou ik er een week geleden ook zo mottig hebben uitgezien?
Een ding staat vast: mijn bijdrage van vandaag zal de beste zijn van wat het ganse gezelschap journaille heeft geschreven. Zij zullen geen letter hebben. Bart: 10 points.
Bart Timperman
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments