Kuifje in Shanghai, deel 4 Actua
Kuifje in Shanghai, deel 4
Actua

Kuifje in Shanghai, deel 4

Ik neem de tijd om wat rond te hangen. Paviljoenen van andere landen binnen gaan, zit er nog niet in. Over enkele dagen krijg ik een rondleiding langs de 'highlights' van de Expo. Ik beperk me nu tot rondkijken naar de gebouwen. Voor architecten en designers moet de wereldtentoonstelling iets hebben van Disneyland voor een kind. Nogal wat landen hebben zich uitgesloofd om op te vallen. De Spanjaarden bvb, op de Expo onze overburen, kozen voor iets wat op de kruising tussen de stam van een palmboom en een ananasschil lijkt.

Ik kijk vooral op van wat de Chinezen als omkadering hebben neergepoot. Brede lanen, tot in de puntjes afgewerkt. Zelfs de riooldeksels dragen het logo van de tentoonstelling. Bovendien is alles zeer net. Niet evident als je weet dat er op sommige dagen meer dan 500.000 bezoekers zijn. Stel je voor dat half Antwerpen op één dag naar een punt wil. Ik mag er niet aan denken.

De lanen en de pleintjes liggen er behoorlijk bij. Verre van evident als je weet dat overal etende, snoepende, drinkende en rokende mensen zitten. Ofwel heerst hier een onwaarschijnlijke discipline, ofwel is er een gigantisch leger aan reinigingsdiensten in het getouw. Ik weet één ding zeker. Zet een paar honderd landgenoten in deze omstandigheden op een locatie bijeen en je hebt een ander resultaat.

Ook de infrastructuur is indrukwekkend. Duidelijke bewegwijzering (wil iemand dat eens in enkele Europese landen gaan uitleggen?). Brede wandelpaden. Regelmatige busverbindingen. Ik hoorde het al van collega's die de spelen meemaakten. Ik kan het alleen maar bevestigen. Organiseren kunnen ze hier.

Ik vraag me af of wij het zouden kunnen. We hadden het er gisteren nog over. Stel dat wij samen me onze Noorderburen de wereldbeker voetbal mogen organiseren. Dat de Rode Duivels niet winnen staat vast. Maar verder? Krijgen wij dit op zo'n strakke manier georganiseerd? Of organiseren we referenda voor elk stadion dat moet gebouwd worden? Laat staan hoe we de mobiliteit georganiseerd krijgen. Misschien ben ik gewoon een grauwe pessimist, vond één van mijn notoire gesprekspartners. "Wie weet krijgen we voor voetbal wel een draagvlak om echt dingen te gaan doen." De egoïst was meteen wakker. Als het WK de files op de E313 oplost, mag het wat mij betreft morgen al aan ons toegewezen worden.

De journalistieke plicht roept voor de voorstelling van de internationale werking van de Universiteit Antwerpen. Ik besef dat ik in een zaal vol profs als in verhouding quasi-analfabeet best low-profile blijf en stel dus mijn boerenvragen vooraf. Het komt er op neer dat de unief graag wil investeren in meer uitwisseling van studenten. Vlamingen in China laten studeren is niet zo evident, leer ik. Andersom gaat het wel beter. En studenten uit China die willen doctoreren in Antwerpen worden met open armen ontvangen. Zij betekenen blijkbaar een meerwaarde voor het wetenschappelijk onderzoek in Antwerpen.

Als professor Christine Van Broeckhoven spreekt, ben ik onder de indruk. Wat ik bij parlementairen niet zo makkelijk heb. Vermoedelijk dat ze daarom de politiek verlaat. Neen, ze vertelt ongelofelijk gedreven en bevattelijk over haar werk rond dementie, Alzheimer en Parkinson. En ze spiegelt het Chinese publiek voor dat zij nog een veel groter vergrijzingsprobleem gaan kennen dan wat ons te wachten staat. Een boeiend verhaal. Zelfs voor een biologisch ongeletterde als uw dienaar. Ik vraag me zelfs even af of we voor dat Chinese demografische probleem geen business model kunnen op verzinnen... Hallo. Een dag tussen zakenmensen en ik begin ook al in dat soort schema's te denken.

Ik spoed me na de universitaire ontmoeting naar het hotel om een stukje voor de krant te plegen, onder de douche te wippen, mijn deftigste pak aan te trekken en naar de gala-avond van de Antwerpse week te gaan in ons consulaat. Een prachtig gebouw met dito tuin waarin een chique tent en catwalk zijn gebouwd voor de gelegenheid. Het gemengd Chinees - Belgische publiek keuvelt relaxt over koetjes en kalfjes. En over Chinese zakenvarkentjes die moeten gewassen worden, waarschijnlijk.

Hier kent ons - ons, voel ik. In de toespraken wordt andermaal gewezen op de band tussen Antwerpen en Shanghai en het belang van vriendschap tussen beide landen. Ik vraag me heimelijk af op hoeveel plaatsen deze avond een soortgelijke broerderschapsavond met China wordt georganiseerd. Waarna de diamanttroef weer wordt uitgespeeld met een defilé met prachtige juwelen. Ik merk meteen dat het Chinese publiek wild is van de steentjes. Ik krijg met moeite een foto gemaakt tussen al die flitsende zakenmannen met fototoestellen die mijn zuurverdiende Nikon behoorlijk belachelijk maken. En vergeeft u aub mij mijn zwakheid. Ik betrap me erop dat ik iets meer aandacht had voor de bevallige defilerende Chinese dames. "Het zijn juweeltjes", grijnst de slechte mens in mij.

Aan het daaropvolgende buffet staan die modellen achter mij aan te schuiven. Ik feliciteer ze in mijn beste Engels. Helaas. Ofwel vinden ze de gerechten interessanter, ofwel vinden ze me een vies oud mannetje, ofwel spreken ze geen woord Engels. Ik blijf geloven in optie 1 en 3.

Omdat ik niet in diamanten handel, niet in de haven werk en niet van plan ben te investeren, voel ik me redelijk overbodig. Ik maak wel van de gelegenheid om enkele land- en streekgenoten die er werken te vragen naar hun ervaringen. Die zijn behoorlijk eensluidend. Ten eerste: als ze kinderen krijgen, willen ze graag terug naar België. Ten tweede: in China is én veel geld én veel mogelijk. Ten derde: zij vrezen dat de welvaart in West-Europa nog een flinke oplawaai zal krijgen. Zelfs de excellente wijn van de consul kan me niet meteen vrolijk maken. Ook de zangeres die politiek correct Chinese, Engelse, Franse en Vlaamse liedjes zingt niet. En het slotvuurwerk venmin. Het zal de vermoeidheid zijn.

Ik merk dat drie dagen Shanghai me in de kleren kruipen. Vooroordelen afleren is een positieve gewaarwording. Maar de omvang van de Chinese economische omwenteling maakt me op zijn zachtst gezegd behoedzaam en ongerust. Gelukkig is mijn laatste gesprekspartner optimistischer. "Vlamingen zijn plantrekkers. En dat appreciëren de Chinezen wel. Bovendien zijn we stipt, nauwgezet en heel taalvaardig. En dat hebben ze zelf véél minder." Ik hoop dat de man gelijk heeft. En rij in een gammele taxi met bezwaard gemoed hotelwaarts.
Bart Timperman

WebAds_Mobile_3

0 claps
0 visitors

Place comments

666

0 Comments

More comments

You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.

Show all comments