De advocaten moeten zich als een gewone ondernemers leren gedragen. Ze baten een bedrijf uit dat winst wil maken en moeten onder de wet op de markpraktijken vallen. Geschillen over oneerlijke reclame, afpikken van cliënteel, onduidelijke prijszetting moeten door de rechtbank van koophandel worden beslecht en niet meer door de stafhouders van de balies.
Die boodschap gaf Meester Hugo Lamon zopas mee tijdens de plechtige opening van het gerechtelijk jaar door Conferentie van de Jonge Balie in het fonkelnieuwe Hasseltse justitiepaleis. Hij ging daarmee flagrant in tegen de wens van de Orde van Vlaamse Balies, Unizo én de regering, maar steunde zich op de Europese richtlijn over de marktpraktijken.
Commerçanten
Volgens die richtlijn zijn alle vrije beroepen ondernemers, net zoals handelaars en verkopers. Ze moeten van Europa allemaal dezelfde richtlijn volgen. De OVB en De federatie van Intellectuele en vrije beroepen (die afhangt van Unizo) vinden dat de vrije beroepen geen gewone "commerçanten" zijn, maar Lamon snapt niet waarom de advocaten daarvoor bang zijn en meent dat er nu te veel corporatistische regeltjes zijn.
"Momenteel zijn er te veel ongeschreven regels in de deontologie van de advocatuur die eigenlijk niet essentieel zijn. De Orde zou zich alleen nog maar mogen bezighouden met deontologische regels die de kernwaarden van ons beroep realiseren. Die kernwaarden zijn: de onafhankelijkheid, de partijdigheid, het beroepsgeheim en het vermijden van belangenconflicten. Al de rest moet buiten de bevoegdheid van de Orde vallen en op dat vlak moeten advocaten gewone ondernemers zijn".
Lamon denkt dan aan de kiesheid, de rechtschapenheid, de loyaliteit, de confraterniteit, de plicht tot solidariteit. Deze vage waarden zijn voor hem bijkomstig.
Naakt onder de toga
"In het verleden werden sancties opgelegd omdat iemand naakt onder haar toga pleitte of omdat ze in haar vrije tijd te veel dronken was. Sommige advocaten hebben problemen met een advocaat met een ring door zijn neus of met een stagiair die bijklust in een kledingszaak om wat bij te verdienen. Dat zou de waardigheid van het beroep bedreigen. Niét dus."
"Vroeger mocht je niet eens een advocaat opvolgen als je nieuwe cliënt zijn vorige advocaat niet had betaald. Stel je voor dat je niet naar een telecombedrijf kan overschakelen als je nog niet alle rekeningen bij het vorige telecombedrijf had betaald. Als er geschillen zijn over deze dingen, dan moet niet de Orde of de stafhouder hierover oordelen, maar de cliënt. Als die niet akkoord gaat met het gedrag van zijn advocaat kan hij toch gewoon een andere nemen. En als twee advocaten hierover een meningsverschil hebben, moet de rechtbank van koophandel beslissen. Net zoals die rechtbank geschillen tussen twee zuivelproducenten beslecht moet zij ook geschillen tussen twee advocaten kunnen beslechten".
Paleisverbod
Lamon vindt niet alleen dat er nu te veel nutteloze deontologische regels zijn die niets met de waarden van het beroep te maken hebben, hij vindt ook dat de stafhouder te veel verregaande mogelijkheden heeft om advocaten te sanctioneren. Hij denkt dan aan paleisverboden die wegens die vage deontologische regeltjes worden opgelegd. En de regels verschillen ook van balie tot balie: "Hier moet je een advocaat met de meeste anciënniteit laten voorgaan, daar dan weer niet. Maar wat heeft zo'n regel nog te maken met de waarden van het ambt? Dit is toch puur corporatisme."
Zwitserse rechters
Ook voor rechters moet de deontologie worden aangepast. "Net zoals in Zwitserland zou men best per rechter de organisaties waarvan hij lid is publiceren op de website van de rechtbank. Zodat iedereen weet van welke politieke kleur hij is en bij welke serviceclub hij aansluit. Zeker nu Cassatie in het Leonard-arrest beslist heeft dat rechters zelfs lid mogen zijn van ideologisch sterk gekleurde organisaties en daarmee mogen naar buiten komen voor zover dat maar geen invloed heeft op hun rechtspraak."
Vuilnisophaalsector
Lamon pleit voor een positieve deontologie die nagaat hoe de beroepsgroepen een betere dienst aan de samenleving kunnen bewijzen op basis van die vier kernwaarden. Volgens hem moeten ook de andere beroepsgroepen uit de juridische sector daarover mee beslissen. Hij vergeleek justitie met de vuilnisophaalsector. "Daar zijn ieders rechten en plichten duidelijk gedefinieerd en daar weet men dus ook waaraan zich te houden. Zo moet dat ook in Justitie".
JDW
Archiefbeeld Guy Puttemans
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments