Stel je voor: je bent een fijnzinnig man met oog voor schoonheid en kunst. Je hele leven is er van doordrongen. Fotografie is van kindsbeen aan je passie en je besluit kunsthistoricus te worden. Je bouwt gestaag aan je kunstzinnige carrière en weet mensen te bekoren met je expertise. Johan Swinnen is geen onbekende naam meer. En op een goede dag wordt al dat werk ook opgemerkt door de directeur van het fotografiemuseum in Charleroi.
Die man steekt de taalgrens over en komt bij de ondertussen gerenommeerde Vlaming Swinnen aankloppen met de vraag om de tentoonstelling ‘Musée imaginaire pour la Flandre’ vorm te geven. Om dat project van het museum Marchienne-au-Pont in Charleroi uit te werken krijgt de man twee jaar. In die twee jaren werkt hij gestaag de contouren van de tentoonstelling uit, schrijft fotografen aan en ziet dat het totaalconcept vorm begint te krijgen tot...
...één Franstalige en drie Vlaamse fotografen een brief naar de directeur sturen met de boodschap dat ze niet met Swinnen willen samenwerken. Niet zozeer omwille van culturele meningsverschillen, een andere kunstzinnige invalshoek of een onhandelbaar karakter van Swinnen. Neen, de halsmisdaad van Johan is dat hij ondertussen ook secretaris van de N-VA-fractie in de Kamer is geworden en dat kan niet door de beugel voor de vier helden van het kunstig verzet.
Het eindresultaat is dat de tentoonstelling na maanden voorbereiding geschrapt wordt. (hvr)
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments