Het niveau van de spoorwegveiligheid in België is over een periode van bijna 30 jaar quasi status quo gebleven. Dat blijkt uit het eindverslag en de 109 aanbevelingen van de bijzondere commissie Spoorveiligheid. De plenaire kamer keurde het rapport donderdagavond goed.
De bijzondere commissie werd opgericht na de treinramp
in Buizingen, volgende dinsdag exact een jaar geleden, waarbij negentien doden en 171 gewonden vielen. Ze moest nagaan waar het de voorbije dertig jaar is misgelopen op het vlak van de
spoorwegveiligheid in ons land.
De commissie concludeert dat het niveau van de spoorwegveiligheid tijdens de periode 1982-2010 "geen verbeteringen van betekenis" heeft ondergaan. Daarvoor valt geen enkelvoudige
verantwoordelijkheid toe te wijzen. Het verslag heeft het over een gemengde verantwoordelijkheid van de voogdijministers, de raden van bestuur en het management van het spoorbedrijf. Ook het parlement schoot tekort in zijn controlerende taak.
Geen afdoende maatregelen
Het verslag zegt ook dat, in tegenstelling tot het buitenland, de grote treinongevallen in ons land niet tot maatregelen hebben geleid die in een verhoging van het niveau van de
spoorwegveiligheid hebben geresulteerd. "Het ongeval in Aalter (1982), noch dat in Pécrot (2001) hebben geleid tot afdoende actie".
De Kamer keurde het verslag en 109 aanbevelingen goed met 82 stemmen voor en 35 onthoudingen. Net als vorige week in de commissie onthielden N-VA en Vlaams Belang zich, evenals LDD, dat geen vertegenwoordiger in de commissie had.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments