Steeds meer mensen vechten een beslissing van het
Antwerpse OCMW aan. Het zou voornamelijk gaan om pas
geregulariseerden die meteen steun zoeken bij het OCMW, maar dat geweigerd zien
omdat ze onvoldoende Nederlands kennen of hun behoeftigheid niet kunnen
aantonen. In 2010 gaf de arbeidsrechtbank het Antwerpse OCMW in 85
procent van de gevallen gelijk.
Vorig jaar vochten 907 klanten een beslissing van het Antwerpse OCMW aan
bij de arbeidsrechtbank. Dat is bijna dubbel zoveel als de 486 in
2009. Volgens het OCMW is de stijging vooral te wijten aan het grote
aantal regularisatiedossiers. Veel pas geregulariseerden stappen
immers meteen naar het OCMW om er steun te vragen.
De Antwerpse OCMW-raad weigert die steun echter vaak toe te kennen.
"Verblijfsdocumenten geven niet automatisch recht op steun",
verklaart vice-voorzitter Marco Laenens (foto), die twee voorwaarden tot steun
vaak niet ingevuld ziet. Er moet voldoende werkbereidheid zijn, wat
onder meer moet blijken uit een basiskennis van het Nederlands, maar
men moet ook kunnen aantonen daadwerkelijk behoeftig te zijn.
Klanten die in beroep gingen tegen de beslissing van het Antwerpse
OCMW, kregen in 85 procent van de gevallen ongelijk. In de vonnissen
haalt de arbeidsrechtbank bijvoorbeeld aan dat de eisers geen
achterstallige rekeningen kunnen voorleggen, of dat ze er vrij voor kozen
zich in Vlaanderen te vestigen, hoewel ze toegeven onvoldoende het
Nederlands te beheersen. Wie tegen een dergelijk vonnis in beroep
ging, kreeg in 95 procent van de gevallen ook ongelijk van het
arbeidshof.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments