De Vlaamse parlementsleden herzien schoorvoetend het systeem dat in hun eigen uittredingsuitkering voorziet, nadat ze eerst zelf van leer waren getrokken tegen de aftredende Sven Gatz. Net nu wil de Vlaamse regering ook voor burgemeesters en schepenen een ontslagvergoeding invoeren, waarmee de discussie over uittredingsvergoedingen voor politici zich uitbreidt naar het lokale niveau.
Na de storm van kritiek verzaakte Sven Gatz (Open VLD), die z’n parlementair zitje inruilt voor een job bij de federatie van de Belgische bierbrouwers, afgelopen weekend aan zijn riante uittredingspremie van 300.000 euro. “Een grote jongen" volgens de ene, "een parlementaire martelaar" volgens de ander.
Bij z’n afscheid trok Ganz resoluut in de tegenaanval. Hij wees erop dat hij het probleem van de uittredingsvergoedingen destijds zelf heeft aangekaart en vindt het sterk dat de ‘jaloerse collega’s’ die nu moord en brand schreeuwen, daar vroeger nooit op ingegaan zijn. Zijn eigen partij volgt hem daar gedeeltelijk in: “Sven heeft als eerste verzaakt aan zijn uittredingsvergoeding. We zijn het nu aan hem verplicht om het systeem aan te passen.”
De andere Vlaamse partijen kunnen niet anders dan volgen. Eind deze maand komt de werkgroep Parlementaire wedden samen om te beslissen of wie zelf opstapt, zijn recht op de premie verliest. Bovendien zullen de uitkeringen ook in de Kamer en Senaat bekeken worden. "Financieel mag dat geen verschil maken", zegt voorzitter Carl Decaluwé van CD&V.
Voor burgemeesters en schepenen liggen de zaken enigszins anders, zo valt op te maken uit de interne Vlaamse staatshervorming. Zij behouden een vergoeding, maar die zal wel een stuk minder royaal zijn dan de 300.000 euro die Sven Gatz finaal aan zich liet voorbijgaan. Voor hen zal de uittredingsvergoeding worden berekend volgens een formule waarin per gepresteerd jaar een premie wordt uitgekeerd die gelijkstaat met het loon van één maand, met een maximum van twaalf maanden.
"Je moet dit zien als een soort sociale bescherming", zegt Luc Martens, de voorzitter van de Vereniging voor Steden en Gemeenten. "Burgemeesters en schepenen zijn zelfstandigen. Zij hebben na hun mandaat dus geen recht op een werkloosheidsuitkering."
Vlaams minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois blijft achter het concept van de uittredingsvergoedingen staan. Volgens hem moeten de vergoedingen ervoor zorgen dat het beroep niet alleen interessant is voor cumulerende politici of mensen uit overheidsdiensten en vrije beroepen. Zij hebben na hun mandaat immers iets om op terug te vallen, full-time parlementairen hebben dat niet.
Ontslagnemend federaal minister van Ambtenarenzaken, Inge Vervotte, liet alvast weten dat ze ook afziet van haar uitkering. "Geld is nooit een drijfveer geweest in mijn carrière. Dat blijkt ook uit mijn keuze voor de zorgsector, wat een belangrijk loonverlies inhoudt. Ik ben van mening dat je, als je de politiek verlaat om een andere job uit te oefenen, die vergoeding niet combineert met een loon", zegt Vervotte. (IV)
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments