Bij de rechtbank in de Duitse stad Hagen is maandag het proces tegen de, voor zover bekend, laatste nog levende Nederlandse oorlogsmisdadiger begonnen. De 92-jarige Siert Bruins moet zich verantwoorden voor de moord op de Groningse verzetsstrijder Aldert Klaas Dijkema, in september 1944. Bruins ontkent dat hij destijds degene was die de landbouwer van achteren doodschoot. De eerste zitting duurde uiteindelijk nog geen drie kwartier. Donderdag gaat de zaak verder.
Veel Nederlandse en Duitse journalisten zijn naar Hagen afgereisd om de rechtszaak, die nog de hele maand zal duren, te volgen. De verdachte kwam rond 11 uur met een looprek de rechtszaal binnen. Voor het schieten zou een mededader verantwoordelijk zijn, die inmiddels is overleden.
Het beest van Appingedam
Bruins zat in de oorlog bij de Sicherheitsdienst. Vanwege zijn brute optreden kreeg hij de bijnaam "het beest van Appingedam". Kort na de oorlog veroordeelde een Nederlandse rechter Bruins bij verstek tot de doodstraf, later omgezet naar levenslang. De verdachte was ten tijde van het vonnis al naar Duitsland gevlucht, waar hij tot vandaag woont.
Ook in 1980 verscheen Bruins in Duitsland voor de rechter, toen werd hij tot 7 jaar cel veroordeeld voor de moord op twee Joodse broers. Het heeft lang geduurd voordat Bruins ook voor de moord op Dijkema werd aangeklaagd, omdat de Duitse justitie het geval lang zag als doodslag in plaats van moord.
Volgens een arts is Bruins niet helemaal gezond, maar kan hij zittingen van 2 uur volhouden met daarna een pauze. Dat zei de advocaat van Bruins maandag aan de rechtbank. Die herhaalde maandag dat Bruins geen verklaring zal afleggen.
Belga Foto AFP
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments