Recep Tayyip Erdogan: van pragmatische hervormer tot autoritair leider Actua
Recep Tayyip Erdogan: van pragmatische hervormer tot autoritair leider
Actua

Recep Tayyip Erdogan: van pragmatische hervormer tot autoritair leider

Recep Tayyip Erdogan is zonder discussie de belangrijkste Turkse politicus en staatsman sinds Mustafa Kemal Ataturk in de jaren '20 het moderne Turkije vorm gaf. Maar naarmate zijn electoraal succes groter werd, begon hij ook meer en meer autoritaire trekjes van zijn illustere voorganger over te nemen.

Erdogan werd in 1954 geboren in een familie uit de lagere middenklasse, die een beetje heen en weer pendelde tussen Rize aan de Zwarte Zee en Istanboel. Afkomstig uit Rize woonde de familie in Istanboel toen hij geboren werd, maar verhuisde kort daarna weer naar Rize. Toen hij 13 was, ging het weer naar Istanboel.

In zijn tienerjaren was hij actief als straatverkoper van limonade en simit (sesamkoekjes) om wat bij te verdienen. De jonge Recep voetbalde ook. Tussen 1969 en 1982 was hij semiprofessioneel voetballer. Erdogan studeerde management aan de universiteit van Marmara in Istanboel.

Fout gedicht

Op zijn 30ste was hij voorzitter van de Istanboelse afdeling van de Welvaartspartij van Necmetin Erbakan, de eerste islamitische partij die succesvol was in het geseculariseerde Turkije. In 1994 werd Erdogan verkozen tot burgemeester van zijn geboortestad Istanboel, op dat moment uitgegroeid tot een van de grootste stedelijke agglomeraties ter wereld, met naar schatting zo'n 14 miljoen inwoners.

Istanboel droogde uit door gebrek aan water, verstikte in het afval en versmachtte door de vervuilde lucht. In vier jaar wist burgemeester Erdogan die problemen grotendeels uit de wereld te helpen door de aanleg van honderden kilometers nieuwe waterleiding, moderne afvalverwerkingsinstallaties en het op grote schaal promoten van het overschakelen naar gas als brandstof. Tegelijk slaagde hij erin een groot deel van de miljardenschuld van de stad af te betalen.

Ondertussen was de Welvaartspartij ook nationaal aan de macht gekomen, en haar leider Necmetin Erbakan werd in 1996 premier. Een jaar later werd hij door leger en justitie, de bewaarders van het seculiere gedachtengoed van Ataturk, tot aftreden gedwongen. De Welvaartspartij werd buiten de wet gesteld.

De burgemeester van Istanboel werd nu een van de belangrijkste oppositieleiders. Na een meeting in de stad Siirt, waar hij reciteerde uit een 'fout' gedicht, werd ook Erdogan aangepakt en veroordeeld tot tien maanden cel. Daarvan hoefde hij nog geen vier maanden uit te zitten, maar hij was wel zijn burgerrechten en zijn burgemeesterschap van Istanboel kwijt.

In die periode verliet Erdogan ook de Welvaartspartij, en richtte in 2001 - samen met trouwe bondgenoot Abdullah Gul - de meer gematigde 'Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling' of AK-partij op. Bij de parlementsverkiezingen het volgende jaar werd de AK-partij met 34 procent van de stemmen en bijna tweederde van de parlementszetels meteen de grootste van het land. Erdogan kon niet meedoen aan die verkiezingen omdat hij nog steeds zijn burgerrechten niet terug had. Voorlopig werd Abdullah Gul premier. Een jaar later was het burgerrechtenprobleem van de baan en ruimde Gul de plaats voor Erdogan. Gul werd vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken.

Gratis tablet

Ook als premier begon Erdogan meteen aan een onwaarschijnlijk succesverhaal. In de tien jaar dat hij nu aan de macht is, verdrievoudigde het bruto binnenlands product van Turkije. Het gemiddeld inkomen van de Turken verdubbelde ruimschoots. Van de 23,5 miljard dollar schulden aan het Internationaal Monetair Fonds die Erdogan erfde van zijn voorgangers, is de laatste schijf vorige maand afbetaald. De inflatie is teruggebracht van zo'n 35 procent tot minder dan 5 procent.

Veel van de hervormingen die Erdogan doorvoerde hadden tot doel het 'entreeticket' tot de Europese Unie te behalen. Onder zijn premierschap werden in 2005 eindelijk toetredingsonderhandelingen aangevat tussen de Unie en haar oudste kandidaat-lid. Maar vooral door politieke onwil vanuit Europa is het aanvankelijk enthousiasme in Turkije bekoeld.

De belangrijkste bekommernis van premier Erdogan was nochtans het onderwijs. Meteen na zijn aantreden verhoogde hij het onderwijsbudget tot de grootste uitgavenpost op de begroting. De leerplicht werd verlengd van acht jaar studie tot twaalf jaar, en in 2003 werd een campagne gestart om vooral in zuidoost-Turkij, ook de meisjes een behoorlijke schoolse opvoeding te geven. Erdogan wilde ook dat elke van de 81 provincies minstens één universiteit had. In tien jaar is het aantal universiteiten in Turkije zowat verdubbeld van 98 naar 186. Schoolboeken zijn sinds 2004 gratis en momenteel wordt een plan uitgevoerd om elke Turkse jongere, van de basisschool tot de universiteit, te voorzien van een gratis tablet of pc.

Ook sociale zekerheid en gezondheidszorg werden onder handen genomen, zodat vrijwel elke Turk nu toegang heeft tot behoorlijke gezondheidszorg en een behoorlijke ziekteverzekering.

Politiek slaagde Erdogan er intussen in het Turkse leger, dat zichzelf altijd is blijven beschouwen als de behoeder van de Turkse lekenstaat, en in de voorbije decennia enkele keren een staatsgreep pleegde en meerdere premiers dwong tot aftreden, onder controle te krijgen. Momenteel zitten tientallen hoge officieren in de cel voor de staatsgrepen van toen.

Een van de recentste successen van premier Erdogan is de ontmijning van het decennia oude conflict met de Koerdische PKK-guerrillabeweging. Nadat Erdogan al in 2009 begonnen was met de Koerden meer rechten te geven, werd begin dit jaar ook een akkoord gesloten met de (opgesloten) PKK-leider Abdullah Öcalan, dat een einde moet maken aan het conflict waarbij zo'n 40.000 doden gevallen zijn.

Het kan dan ook niemand verwonderen dat Erdogan tussendoor enkele eclatante verkiezingsoverwinningen behaalde. Van de 34 procent in 2002 ging het naar bijna 47 procent in 2007 en 50 procent in 2011.

Selim de Grimmige

Maar de medaille heeft een keerzijde. In de loop van de jaren heeft de pragmatische hervormer steeds meer autoritaire trekjes gekregen. Met de vrijheid van pers en meningsuiting heeft hij het moeilijk. Nergens zitten naar verhouding zoveel journalisten in de gevangenis als in Turkije, waardoor er in de media een sfeer van volgzaamheid en autocensuur is gegroeid. Tekenend is dat de Turkse televisie documentaires uitzond terwijl op CNN live de beelden van de rellen in Taksim te zien waren, terwijl de televisie vorig jaar bij het overlijden van de moeder van de premier een hele dag live verslag uitbracht vanop de stoep voor het huis waar de familie Erdogan de rouwenden ontving.

Steeds vaker komen er wetten en reglementen die de Turkse samenleving proberen te stroomlijnen naar conservatief-islamitisch model. Dat gaat van waarschuwingen tegen publiek kussen in de metro van Ankara tot de beperking van de verkoop van alcohol. Daarbij komt nog dat de eerste minister ervan uitgaat dat hij ook zijn persoonlijke smaak kan laten meespelen in beslissingen. Als er nieuwe postzegels moeten komen maakt Erdogan de finale keuze, en dat geldt blijkbaar ook voor veel openbare bouwprojecten in een soort van neo-Ottomaanse stijl waar lang niet iedereen het over eens is.

En er is de symboliek. In de Ottomaanse kazerne, die Erdogan wil heropbouwen aan het Taksimplein, brak in 1909 een (mislukte) islamitische opstand uit, met als einddoel de sharia in te voeren. De derde brug over de Bosporus die Erdogan wil laten bouwen zou genoemd worden naar de 16de eeuwse sultan Selim, een vrome soennitische moslim maar ook een beruchte houwdegen die te vuur en te zwaard het Ottomaanse rijk verdrievoudigde in oppervlakte en de bijnaam 'Selim de Grimmige' kreeg.

De sluipende islamisering die al enkele jaren aan de gang is heeft tot gevolg dat de geseculariseerde stedelijke bourgeoisie van steden als Istanboel en Ankara zich steeds minder thuis voelt in hun eigen land. Velen emigreren, maar voor degenen die bleven was het zonder enige lokale inspraak opdoeken van het Gezipark, een van de laatste groene plekjes in de stadsjungle van Istanboel, en vooral het brutale en gewelddadige politieoptreden tegen het vreedzame hippieprotest in het park, de druppel die de emmer deed overlopen.

Jeunesse dorée

Het protest gaat intussen al lang niet meer over het Gezipark, maar over Erdogan zelf. De premier, die na zijn verkiezingsoverwinning in 2011 nog een beroemde speech hield waarin hij bezwoer de eerste minister te zullen zijn van alle Turken, ook de 50 procent die niet voor zijn partij stemden, heeft nu blijkbaar toch besloten dat die 50 procent hem niet interesseren, en lacht de manifestanten weg als een te verwaarlozen minderheid. Maar volgens het Turks ministerie van Binnenlandse Zaken hebben de voorbije weken meer dan 600 betogingen plaatsgehad in 78 van de 81 Turkse provincies.

Toch weet iedereen dat Erdogan gelijk heeft als hij zegt dat hij een miljoen aanhangers op straat kan brengen als hij dat wil. De Anatolische arbeiders en plattelandsbewoners die de AK-partij aan de macht hebben gebracht weten nog goed hoe het met Turkije gesteld was vóór Erdogan en hebben geen boodschap aan de groene bekommernissen van de jeunesse dorée van Istanboel en andere steden.

Luc STANDAERT

WebAds_Mobile_3

0 claps
0 visitors

Place comments

666

0 Comments

More comments

You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.

Show all comments