Door de wet op de “fee shifting” van 21 april 2007 moet de verliezer van een rechtszaak aan de winnaar een bepaalde som (de “rechtsplegingsvergoeding” of RPV) betalen om de kosten van de advocaat van de winnaar te dekken. Die RPV verschilt al naargelang de grootte van de inzet van het geding. Ze varieert nu tussen 75 euro en 30.000 euro.
Die regeling gold ook in geschillen tussen werkgevers en werknemers bij de arbeidsrechtbank, over ontslagen bv. Dat verandert nu. De verliezer zal nu minstens 26,5 euro en hoogstens 331,5 euro moeten ophoesten. Dat is in bepaalde gevallen dus honderd keer minder.
Als de verliezer een pro Deo-advocaat had, kan de rechter zelfs een symbolische som toekennen, nog onder het minimum. Dat laatste zal overigens in àlle rechtszaken kunnen.
JDW
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments