De eerste procesdag begon met assisenvoorzitter Peter Hartoch (foto) die zich afvroeg waarom Van Der Bel in de verschillende verhoren zoveel van versie van de feiten veranderde. Ze verklaarde hierop: "Soms werd ik tien uur na elkaar ondervraagd, na verloop van tijd wist ik niet meer wat ik gezegd had. Ik begon aan mezelf te twijfelen".
Nadien gaf Van Der Bel toe dat ze had gelogen tijdens het eerste verhoor, de ondervragingen van 15 en 17 februari 2008 en op de reconstructie. Het werd haar allemaal te veel en ze wilde dat het onderzoek stopte. Pas tijdens één van de laatste verhoren kwam ze op de proppen met het verhaal dat baby Jordy nog weende toen ze die avond zijn kamer verliet.
Op de vraag of ze Jordy had gedood en of ze die intentie had, brak ze in tranen uit. Ze had enkele minuten nodig om te bekomen en vroeg om een glas water. Ondertussen bekeek haar voormalige vriend en vader van baby Jordy het geheel schijnbaar zonder emotie.
Bebloede matras
Onderzoeksrechter Huygelier vond het opvallend dat Stefanie amper iets zei over het gebeuren vlak voor ze ging slapen in de bergkamer en het achteraf omdraaien van de bebloede matras waarop Jordy lag.
De verdediging liet daarna het videoverhoor zien van 15 februari 2008, nadat ze faalde op haar leugendetectortest.
Van Der Bel pinkte regelmatig een traan weg bij het vertoon van de beelden. Op het einde van de ondervraging brak ze en gaf ze toe dat ze op zijn hoofdje had geduwd, maar dat ze niet had verwacht dat hij dood ging zijn. Toen één van de ondervragers opmerkte dat ze een goede moeder was die drie kinderen op de wereld had gezet en goed had opgevoed, reageerde ze:"Maar het vierde heb ik om het leven gebracht".
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments