Terwijl gisteren bij duizenden treinreizigers de woede hoog opliep door het rampzalig treinverkeer en daarna tal van mensen de wateroverlast en onweerschade donders vervloekten, wreef Annelies De Smet stiekem in haar handen. De studente communicatiewetenschappen uit Gent schreef haar thesis over risico- en crisiscommunicatie. De rampzalige dag, die net op de dag van haar persvoorstelling viel, was voor de jonge Annelies dus eigenlijk wel interessant.
De overheid en NMBS worden na gisteren niet gespaard, en ook de gedreven studente ontsnapte die dag niet aan onze aandacht. Na alle trammelant willen we wel eens een kritische jongedame mét ervaring horen.
Annelies bekeek het risico- en crisisbeleid van elf Oost-Vlaamse gemeenten. Ze vroeg eerst in welke mate bewoners zich wel bewust zijn van de gevaren in hun omgeving. Daarbij kijkt ze ook welke rol informatieverschaffing heeft. Wat is de informatiebehoefte van de burger en – misschien handig voor in de toekomst meneer, mevrouw - hoe kan de overheid hieraan voldoen? De gemeentes en 1.200 burgers werden bevraagd, niet zonder risico weliswaar. De resultaten laten, in tegenstelling tot gisteren, niemand in onwetendheid.
Verkeersonveiligheid, criminaliteit en het transport van gevaarlijke stoffen zijn de risico’s die de burger het meest vrezen. Terrorisme, rampen bij grote evenementen, bosbranden en kerncentralerisico’s lijken hun meer een ver-van-mijn-bedshow. Annelies vindt dat de burgers nog meer moeten bewust worden dat deze laatste crisissituaties zich ook in hun achtertuin kunnen voordoen. Zo werden de inwoners van Dilbeek gisteren verrast door een brand in de energiecentrale. De nabijheid van zo’n centrales spelen wel een rol bij de risicobewustheid. De kerncentrale van Doel maakt de inwoners er alerter dan in andere gemeenten.
“De informatie die daarover beschikbaar is kan duidelijk beter.” Riskeert Annelies de gemeenten te veroordelen. Vooral de informatieverschaffing over de mindergevreesde risico’s is ondermaat. Het onderzoek stelt dus wel een verband vast, met uitzondering van gevaren bij het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Hoewel de inwoner zich hierover te weinig geïnformeerd voelt, verspreidt de schrik ervoor zich wel over de gemeenten. “Burgers voelen zich veiliger bij de overheid, wanneer ze over de verkeersonveiligheid spreken”, zegt Annelies nog en begeeft zich daarmee even op glad ijs. Was dat dan toch even een slippertje gisteren! “Het kan zeker nog veel beter”, is Annelies nog niet uitgepraat. Na haar onderzoek en de voorbije wantoestanden wijst de studente op herzieningen:
“Alles begint bij informatieverschaffing”, concludeert Annelies. “Uit mijn thesis blijkt namelijk dat het beschikken over genoeg informatie, een sterker crisisbeleid kan betekenen. De gemeenten zelf moeten zo een waterdicht beleid dus starten met goede communicatie. Dan kan zowel de overheid als de inwoner preventief en herstellend omgaan met de gevaren.” De gouverneur van Oost-Vlaanderen, André Denys, wijst wel op het spanningsveld met paniekzaaierij.
De studente gaat mee in die kritiek en sluit de inwoner zelf daarom evenmin uit. “Ze moeten niet alleen geïnformeerd wórden, de inwoner moet ook zélf op zoek gaan naar die info.” Annelies betreurt dat nu slechts 15% die taak op zich neemt.
“Een goed risico- en crisisbeleid is een samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners en een vlotte samenwerking start bij duidelijke en transparante communicatie”, besluit avs, de regionale nieuwszender van Gent.
Een risicoloos risico- en crisisbeleid bestaat natuurlijk niet, maar uit de hand gelopen toestanden als gisteren kunnen dus wel degelijk beter verlopen en we weten nu ook hoe. Hier dus een duidelijke klacht, waarmee we in de toekomst wel iets kunnen doen. Geen “ja, maar”, we kunnen nog wat leren van onze pientere studenten. (IV)
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments