In het voorbije gerechtelijk jaar brachten de media regelmatig berichten over de oorlog tussen het Antwerps parket en procureur-generaal Yves Liégeois over de wijze waarop de vervolging en de sanctionering van de megafraude in de diamantsector moest gebeuren.
Procureur Van Calster was niet tegen een minnelijke schikking maar wenste vooreerst alle cijfers te kennen zodat de schikking naar verhouding kon zijn. Procureur-generaal Liégeois wenste een snelle schikking door een vertrouwelijk akkoord met de criminelen: zeg maar onrecht in een achterkamertje. Na een tussenkomst van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie werd het windstil. Intussen werd procureur Van Calster vervolgd en van de diamantdossiers gehaald en werd zijn naaste medewerkster de laan uitgestuurd. Hoe zit het nu met al deze dossiers? Meerdere vragen blijven zonder duidelijk antwoord.
Wie is verantwoordelijk?
Een vervolgingsambtenaar heeft belangrijke bevoegdheden en moet daarop ook kunnen aangesproken worden. Maar wie draagt nu de verantwoordelijkheid? Als je procureur-generaal Liégeois moet geloven is dat niet hij maar de procureur .In een interview met Gazet van Antwerpen op 2 september verklaarde Liégois : "Het parket-generaal heeft geen enkele schikking getroffen met diamantairs of voorstellen daartoe geformuleerd. Die berichtgeving is verkeerd. De dossiers waarover men spreekt worden behandeld door het parket van eerste aanleg."
Deze uitspraak van de procureur-generaal staat in schril contrast met de berichtgeving over de diamantoorlog én met de rondzendbrief die hij zelf maakte en waarin wordt voorgeschreven hoe de procureurs in deze materie moeten handelen. Daarin kan je het volgende lezen :"De magistraat van het Openbaar Ministerie die toepassing zal maken van VVSBG (Verruimd verval van de strafvordering tegen betaling van een geldboete, red.), eens de strafvordering is ingesteld en in het bijzonder in ECOFINFISC (het expertisenetwerk voor de strijd tegen de economische, financiële en fiscale criminaliteit, red.) en sociale zaken zal zich laten bijstaan door een referentiemagistraat in deze materie ." In "ECOFINFISC" en in sociale zaken is het voorafgaand akkoord van de territoriaal bevoegde procureur-generaal vereist zowel voor het, in toepassing van artikel 216bis, § 2, Sv., voorstellen van een VVSBG als het uiteindelijk afsluiten ervan".
Welke motivering
Door de wet op de verruimde minnelijke schikking heeft de procureur-generaal de bevoegdheden van de strafrechter overgenomen. Het is de vervolgingsambtenaar die bepaalt welke sanctie wordt opgelegd zelfs wanneer er reeds een rechter is tussengekomen. Als een rechter een straf oplegt dan kan dat enkel na een publiek en tegensprekelijk debat en moet het vonnis ook publiekelijk worden voorgelezen.
Wat de procureur-generaal met de partijen bespreekt, hoe een schikking tot stand komt, wat daar de inhoud van is en op grond van welke motivering deze wordt aanvaard gebeurt niet openbaar. Vandaar de vraag: welke zijn de juiste feiten, welke zijn de juiste gefraudeerde bedragen en op grond van welke motivering werd een boete, die vermoed wordt 10 miljoen te zijn, opgelegd? Of mag de publieke opinie dat allemaal niet weten?
10 miljoen of 4,6 miljard?
Volgens De Tijd vandaag meldt vordert Douane & Accijnzen voor dezelfde feiten - door de procureur-generaal omschreven als fiscale fraude, witwassen, valsheid in geschrifte en zelfs het vormen van een criminele organisatie - een historisch hoog bedrag van 4,6 miljard euro van het Antwerpse diamantbedrijf Omega Diamonds. Procureur-generaal Liégeois was voor die feiten tevreden met 10 miljoen. Zelfs al zijn de douaneboetes soms onmenselijk hoog dan nog is er tussen 10 miljoen en 4,6 miljard, zacht uitgedrukt, een merkelijk verschil.
Maar er is meer. Steeds in het interview verklaarde de heer Liégeois : "Vooraleer er een minnelijke schikking komt moet men uiteraard eerst de werkelijke omvang van de fraude onderzoeken en kennen. Vervolgens moeten de slachtoffers daadwerkelijk en volledig vergoed worden. Het parket kan maar een minnelijke schikking opleggen nadat alle slachtoffers vergoed zijn. Dat vergeet men in de campagne tegen de minnelijke schikking altijd te zeggen. Dus: eerst beslist de fiscus hoe groot de fraude was en eist hij het gefraudeerde bedrag - dat is niet de omzet maar wel de ontdoken belasting! - terug mét een fikse boete en de interesten. Pas als dat allemaal is betaald, dan kan het parket nog eens een extra boete (minnelijke schikking) daar aan toevoegen. Dat is dus wel degelijk een ernstige, daadwerkelijke sanctie. De totale betaalde én geïnde som zal dus flink hoger zijn dan de ontdoken belasting. Is dat slecht management? Is dat klassenjustitie? Is een verjaring of een schuldigverklaring zonder geld voor de staat dan beter?"
Vraag is dan of er bij het afsluiten van de minnelijke schikking geen belangrijk slachtoffer werd vergeten. Voor zover de belastingschuld en boete intussen ook werkelijk is betaald komt nu naar boven dat de Staat nog een andere schadeclaim heeft en dat die 4,6 miljard groot is.
Eerst de centen voor de staat
Wat de heer Liégeois drijft is duidelijk de bekommernis om er voor de staat centen uit te halen :"Bovendien moet ik vaststellen dat in Antwerpen de fraudeurs de dans niet ontspringen omdat hun feiten verjaard zouden zijn of omdat de redelijke termijn zou overschreden zijn"." Wat is nu het beste voor de staat? Een fraudedossier dat verjaard is? Een fraudedossier waarin de dader alleen maar schuldig wordt verklaard en geen straf krijgt omdat de redelijke termijn voor behandeling van zijn zaak is overschreden?"
Vraag is dan wat er gaat gebeuren met het vonnis dat de rechter zal maken in de vordering van de douane? Maar ook daarop gaf procureur-generaal Liégeois in zijn interview een antwoord: "En hun geld krijg je ook niet, want dan mag je over de hele aardbol op zoek gaan naar de honderden bedrijfjes waarnaar zij hun centen hebben versast. En zoiets moet allemaal volgens ingewikkelde, langdurige en voor vele landen verschillende procedures gebeuren. Een mooi vonnis is één ding, het uitgevoerd krijgen een ander."
Het gelijk van de procureur-generaal
In één ding heeft de heer Liégeois gelijk : "Een mooi vonnis is één ding, het uitgevoerd krijgen een ander." Vraag is dan waarom hij, tegen elke nationale en internationale regelgeving in, een rechter vervolgde voor de inhoud van zijn vonnis? Voor al het overige blijven er vragen zonder antwoord. Misschien kan de heer Liégeois om deze te beantwoorden, zoals hij dat deed bij de tijdelijke terugtrekking van de procureur Dams in de zaak Jonathan Jacob, een persconferentie geven : want "justice must seen to be done".
Walter De Smedt
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments