De dood van Amy Winehouse was voor velen een schok, niet in het minst voor Russell Brand, die de souldiva al lang kende. Hij schreef een heel persoonlijk, aangrijpende tekst voor de overleden zangeres, maar vooral voor iedereen die begaan is met het lot van mensen als Winehouse, die van de ene verslaving in de andere viel.
Het trieste overlijden zette Russell Brand aan om deze tekst neer te schrijven, die je hieronder kan terugvinden:
"Wanneer je van iemand houdt die aan een ziekte als verslaving lijdt, kan je een telefoontje verwachten. Een telefoontje dat zeker zal komen. Je hebt de oprechte hoop dat aan de andere kant van de lijn de verslaafde zelf wacht en dat die zal zeggen dat het genoeg is geweest, dat het gedaan is met verslaafd te zijn, dat de tijd daar is voor iets anders. Maar je vreest ook dat andere telefoontje, die trieste stem van een vriend of familielid die jou vertelt dat het te laat is, ze is er niet meer.
Jammer genoeg kan je zelf dat telefoongesprek niet beginnen, je moet het ondergaan. Je kan niet tussenkomen.
Ik heb Amy Winehouse jarenlang gekend. Toen ik haar voor het eerst in Camden ontmoette was ze een trutje in een roze, satijnen jas, die met gemeenschappelijke vrienden in bars rondhing. De meeste van die vrienden zaten in hippe Indie bandjes of waren buitenbeentjes in Camden die zich op basis van hun impotente charisma een weg door het leven baanden. Carl Barrat vertelde me dat "Winehouse" (zoals ik ze meestal noemde en waar ik een kick van kreeg omdat het best grappig is om een meisje bij haar achternaam te noemen) een jazz-zangeres was, wat mij met verbijstering aan de grond nagelde. Voor mij, met mijn beperkte muzikale kennis, plaatste dat Amy voorbij een onzichtbare grens van relevantie: "Jazz zangeres? Dan zal ze wel redelijk excentriek zijn" dacht ik. Toch hadden we een babbel, tenslotte was ze een vrouw, en ze was lief, speciaal maar boven alles kwetsbaar.
Ik was toen zelf nog maar amper uit een afkickcentrum en volop op zoek naar vrouwen met een iets minder ingewikkeld leven, dus stond ik helemaal niet stil bij het achteraf overduidelijke feit dat Winehouse en ik beiden iets deelden: de ziekte met de naam 'verslaving'. Alle verslaafden, onafhankelijk van het product of hun sociale status vertonen een duidelijk en steeds terugkerend symptoom: ze zijn niet helemaal aanwezig wanneer je met hen praat. Ze praten met jou alsof er een ultradunne maar niet te negeren sluier tussen beiden bevindt. Of het nu gaat om een dakloze heroïneverslaafde gaat die je lastigvalt voor een halve euro voor thee of om een opgefokte, cokesnuivende topmanager gaat die staat op te scheppen over zijn speedboot, bij allebei hangt er een giftig aura rond hen dat echt contact verhindert. Ze hebben een uitstraling alsof ze elders zitten, dat ze door je kijken naar een plaats waar ze liever willen zijn. En natuurlijk is dat zo. De prioriteit van een verslaafde is de pijn van het leven te verdoven om de dag gemakkelijker door te komen met wat aangekochte hulp.
Af en toe kwam ik Amy tegen en dan plaagden, praten en lachten we wat af, ze was 'een karakter' maar die wereld was doorzeefd met half versneden, gedopeerde risico's, ik was er een van. Zelfs in de beginperiode van mijn afkickperiode bleef ik enkel boven water door andere, vreemde mensen aan te klampen, maar voor Winehouse vielen die kleine tics niet op.
Toen werd ze wereldberoemd en ik was blij dat ze erkenning kreeg, maar vooral verrast want ik kende haar werk niet. Aangezien we niet in de jaren vijftig leven vroeg ik me af hoe een jazz zangeres zo'n aanzien had vergaard. Niet dat ik zo nieuwsgierig was dat ik naar haar muziek begon te luisteren of één van haar optredens wou zien, tenslotte begon ik zelf beroemd te worden in die periode en dat eiste al mijn tijd op. Heel toevallig belandde ik echter op een optreden van Paul Weller in de Roundhouse waar ik haar live bezig zag.
Ik kwam laat toe en toen ik me tussen het publiek begaf met al die plastieken glimlachjes en plastic bekers, hoorde ik een rollende, wonderbaarlijke weerklank van een vrouwelijke stem. Dichterbijgekomen zag ik Amy op het podium met Paul Weller en zijn band, en toen kwam het ontzag. Een ontzag dat zich ontwikkelt wanneer je een genie aan het werk ziet. Uit die kleine, frêle verschijning kwam een stem die niet van haar leek te komen maar van ergens zelfs voorbij Billie en Ella, vanuit het doopvont van alle grootsheid. Een stem die gevuld was met zoveel kracht en pijn die diepmenselijk was, maar doorweven leek met het heilige. Mijn oren, mijn mond, mijn hart en geest openden zich tegelijkertijd. Winehouse. Winehouse? Winehouse! Dat sulletje, vol eyeliner en onder een dikke laag poeder met dat rare kapsel, die lippen die ik eerder enkel rond een sigaret geklemd zag en waaruit af en toe vloeken druppelden waren nu een portaal voor dit heilige geluid. Nu wist ik het. Ze was geen ongelukkige wannabe, of een omhooggevallen nitwit die het nooit zou maken, noch was ze één van die dertien-in-een-dozijn zangeresjes die van hun vijftien minuten roem genieten. Ze was verdomd een genie.
Ik was een oppervlakkige dommerik, maar nu bekeek ik haar in een ander licht, een licht dat vanuit de hemel straalde wanneer ze zong. Dat haar deed gloeien en een nieuwe fase in onze vriendschap begon. Ze kwam op enkele van mijn TV en radioshows, ik bleef haar af en toe ontmoeten, maar nu met wat meer interesse. Voor het grote publiek werd Amy echter vooral geassocieerd met 'verslaving'. Onze media zijn meer geïnteresseerd in tragedies dan in talent, dus begonnen de woorden die over Winehouse geschreven werden te veranderen van het ophemelen van haar talent naar een opsomming van haar weg naar beneden. De destructieve relaties, de doorbloede balletschoentjes, de afgelaste shows, de Youtube hysterie met de muis. Voor het publiek vervingen de kortstondige verhaaltjes haar tijdloze talent. Dat en haar gedrag tijdens de keren dat we elkaar zagen, deden me de ernst van haar toestand inzien. Verslaving is een serieuze ziekte; het eindigt met de gevangenis, psychiatrische instellingen of de dood. Ik was 27 jaar oud toen ik, door de vriendschap en hulp van Chip Somers van het afkickcentrum Focus12, er van af kon raken. Door deze organisatie kreeg ik de interesse om verenigingen voor alcoholici en drugsverslaafden te steunen, centra die gemakkelijk te vinden zijn en voor iedereen openstaan die wil stoppen met drinken en waar ik, door hun bestaan, mijn leven aan heb te danken.
Nu is Amy Winehouse dood, zoals zovele anderen wiens onnodige dood achteraf wordt geromantiseerd op de leeftijd van 27 jaar. Of deze tragedie te vermijden was of niet, is nu irrelevant. Vandaag kan je ze niet vermijden. We zijn een mooie en getalenteerde vrouw kwijtgespeeld aan deze ziekte. Niet alle verslaafden hebben Amy's ongelofelijke talent. Of dat van Kurt, Jimi of Janis. Sommige mensen voelen gewoonweg deze nood. Wat we wel kunnen doen is onze visie op deze toestand te veranderen: niet meer als een misdaad of een romantische aanstellerij, maar als een ziekte die zal doden. We moeten de manier waarop de maatschappij verslaafden behandelt, herbekijken, het zijn geen criminelen maar zieke mensen die hulp nodig hebben. We moeten de manier waarop de overheid afkickcentra financiert herbekijken. Het is goedkoper om een verslaafde te laten afkicken dan hem in de gevangenis te zetten, dus het criminaliseren is zelfs economisch een slechte zaak. Niet iedereen van ons heeft het ongelofelijke talent dat Amy had, maar we kennen allemaal drank- en drugsverslaafden en ze hebben allemaal hulp nodig. Hulp die er ook is. Alles wat ze moeten doen, is de telefoon nemen en bellen. Of niet. In elk geval zal er ooit een telefoontje komen. (KA)
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments