Het onderzoek wijst uit dat er ultradunne lagen gebruikt werden om de naadloze overgangen van licht naar donker te realiseren. De techniek die Da Vinci en andere Renaissance-schilders gebruikten om gradaties in kleuren te krijgen, heet 'sfumato'. De röntgenstralen legden de compositie en dikheid van elke verflaag bloot.
Er werden lagen van slechts een paar micrometer (een duizendste van een millimeter) waargenomen. Samen zorgden de lagen voor een dikheid van niet meer dan 30 tot 40 micrometer.
"Eén van de meest opmerkelijke dingen die je opvallen wanneer je voor zo'n meesterwerk staat, is dat dat je geen borstelvegen of vingerafdrukken kan bemerken", zegt Laurence de Viguerie, één van de onderzoekers. "Alles is zo fijn, alles gaat in elkaar over."
De Mona Lisa was één van de zeven schilderijen van Da Vinci die onder de loep werden genomen.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments