Bugatti is een merk dat altijd al auto's heeft gemaakt die tot de verbeelding spreken. 'Nothing is too beautiful, nothing is too expensive', was dan ook de lijfzin van Ettore Bugatti, zoon van een kunstenaar en oprichter van het automerk.
Ettore Arco Isidoro Bugatti werd in Milaan geboren op 15 september 1881. Zijn vader Carlo Bugatti was een ware kunstenaar, vooral bekend van zijn extravagante meubelontwerpen met Moorse invloeden. Ook heeft Carlo nog een tijdje als edelsmid gewerkt. Vrienden aan huis waren kunstenaars als Segantini, Troebetzkoj en Tolstoj.
Ettore en zijn jongere broer Rembrandt, die later een bekend beeldhouwer van dierensculpturen werd, gingen school aan de Brera kunstacademie te Milaan. Ettore was echter niet geïnteresseerd in kunst, maar wel in techniek en toen hij zeventien was, liet hij de kunstacademie voor wat ze was. Hij ging als leerling aan de slag bij de fietsenfabrikant Prinetti e Stucchi. Die firma bouwde een De Dion gemotoriseerde driewieler na, dewelke Ettore Bugatti verbeterde. Zo plaatste hij twee motoren op een driewieler en ging ermee racen. Daarna bouwde hij een soort van quad met op ieder van de vier wielen een eencilinder motor. Toen besloot men bij Prinetti e Stucchi om te stoppen met de fabricage van gemotoriseerde voertuigen en aangezien Ettore geen interesse had in fietsen, vertrok hij er.
Ettore Bugatti bleef echter niet stil zitten en bouwde een eigen model auto met financiering van de graven Gulinelli. Hij kwam bij Deutz terecht als constructeur van auto’s. Maar Deutz behaalde geen successen met de auto’s en men besloot te stoppen met auto’s bouwen. Daarna ging Bugatti als zelfstanding fabrikant aan de slag. In een verlaten verffabriek in het Franse Molsheim startte hij ‘Automobiles Ettore Bugatti’. Een jaartje later stond hij aan de start van de laatste ‘Prinz-Heinrich-Fahrt’, met een zelfgebouwde Bugatti 5 liter.
Het aantal medewerkers van Bugatti groeide snel: al in 1911 gaf hij werk aan 65 man omdat zijn ‘Type 13’ dankzij de door Ettore zelf behaalde race-successen goed werd verkocht. Ook de fabriek zelf was de moeite die tijd. De productiehallen waren schoon, overzichtelijk en plezierig ingericht en Ettore regeerde er als een keizer. Bugatti had naast auto’s ook nog een andere passie: paarden. Dit was dan ook de reden waarom de radiatoren van zijn auto’s een hoefijzervorm hadden. Dit is trouwens tot op heden kenmerkend voor Bugatti’s.
Bijna alle Bugatti’s waren echte racewagens. Eén van de beroemdste was de ‘Type 35’, met een achtcilinder motor met of zonder compressor, een holle vooras en lichtmetalen spaakwielen. In de jaren 1925-1926 won hij ruim duizend races en rally’s, geen ander merk deed dat na in die tijd. Ook waren Bugatti’s toerwagens meestal rechtstreeks afgeleid van een racemodel. Zo was de Grand Sport Type 43 uit 1925 afgeleid van de Type 35B waarvan enkel de carrosserie meer was aangekleed en het chassis ietwat verlengd.
In 1925 bracht Bugatti ook een auto uit waarvan er slechts zeven zijn gebouwd: de Bugatti Royale. Die had een reusachtige achtcilinder met een cilinderinhoud van 12.700cc en leverde al bij 1.700 toeren per minuut 250pk. De wielbasis van dit beest was 4,30 meter, de spoorbreedte 1,70 meter. De auto was echter onverkoopbaar: enkel het chassis kostte al zo’n tien maal meer dan een gemiddelde auto in die tijd. Toen Ettore Bugatti dit merkte, werd de motor in locomotieven van de Franse spoorwegen gebouwd. (SL)
Klik hier voor de fotoreeks van Ettore Bugatti en zijn wagens.
Klik hier voor het overzicht van deze reeks: 'De geschiedenis van de auto in 60 delen'.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments