Hierbij zijn we inmiddels bij nummer 8 van onze reeks van 60 beland: de Italiaanse Fiat 501 uit 1919. Dat was meteen de eerste Fiat die een groot succes werd, nadat het merk zich in de racerij had laten gelden. Racewagens bouwen, daar kon men trouwens wat van bij Fiat, met motoren van meer dan 20.000cc.
Fiat is tegenwoordig één van de grootste automobielfabrieken van Europa. Het werd in 1899 opgericht door drie invloedrijke, rijke meneren uit Piemont. Die drie heren waren Giovanni Agnelli, Emanuele Chacherano (graaf di Bricherasio) en Carlo Biscatteri (graaf di Ruffio). De naam van de firma is in feite de afkorting van ‘Fabricia Italiana Automobil Torino’, fabriek van Italiaanse auto’s in Turijn dus.
Sinds 1969 behoort eveneens het meer luxueuze merk Lancia tot het concern, dat eveneens een groot deel van de Ferrari-aandelen in handen heeft. Ook werden in 1971 het merk Abarth, dat vooral bekend is geworden door zijn tuning, en vrachtwagenfabrikant IVECO overgenomen. Fiat produceert ook nog kogellagers, scheepsmotoren, vliegtuigen, locomotieven en spoorwagons.
De eerste auto die door Fiat werd gebouwd was de Asitide Faccioli en is geïnspireerd op het rijtuigmodel dat bekend was van de ‘vis à vis’, dat zijn naam ontleende aan het feit dat tegenover de koetsier en bijrijder nog twee zitplaatsen waren aangebracht met de rug in de rijrichting. In Italië werd dit een Duc genoemd. Die auto had een tweecilinder van 3,5pk en werd gebouwd in de voormalige rijwielenfabriek Ceirano, waarvan de eigenaars nog een poosje zelf auto’s hadden gebouwd. Nadien werd die firma door Fiat overgenomen. Het opmerkelijke van deze auto is dat die een tweecilindermotor had, terwijl in die tijd motoren met één cilinder nog gebruikelijk waren.
De eigenaren van Fiat probeerden naamsbekendheid te verwerven door middel van sportieve successen. Ze slaagden hier trouwens ook in en wonnen talrijke rally’s. Om te kunnen winnen bouwde men in Turijn dan ook nogal ‘monsterlijke’ auto’s: één ervan had een cilinderhoud van maar liefst 28.400cc. Het was Felice Nazzaro die achter het stuur zat van die Fiats bij races als de Grand Prix de France, de Targa Florio en de Duitse Kaiserprijs en won er telkens. Naast die racewagens bouwde Fiat auto’s voor de particulieren en dit helemaal op bestelling.
De eerste in serie geproduceerde auto werd in 1912 geïntroduceerd en noemde de ‘Zero’. Die had een viercilindermotor met een inhoud van 1.6 liter en ontwikkelde 18pk. Daarmee verbruikte die Zero 12,7 liter per 100km, wat in die tijd erg schappelijk was, en haalde zo’n 80 km/u. In 1915 werd de productie van auto’s gestaakt: men zat middenin de Eerste Wereldoorlog en er diende oorlogsmaterieel gefabriceerd te worden.
In 1919 werd opnieuw begonnen met de productie van auto’s en dat was de komst van de 501, het eerste grote commerciële succes van Fiat. De 501 was verkrijgbaar als 4-deurs sedan en als cabriolet met 2 of 4 deuren. Ook waren er drie motorvermogens verkrijgbaar, telkens met een cilinderinhoud van 1600cc. De 501 ontwikkelde 23pk, de 501S 27pk en de 501SS 30pk.
In 1923 kwam er ook nog een Fiat 502. Die was gebaseerd op de 501, maar wat luxueuzer en dus ook duurder. In 1926 werden de 501 en de 502 vervangen door de 503. Die was nog steeds gebaseerd op de 501, maar kreeg een verbeterde ophanging en remmen mee.
In 1927 kwam er dan een geheel nieuwe Fiat: de 514. Die was verkrijgbaar in de koetswerkvarianten cabriolet (2- of 4-deurs), een sedan met 2 of 4 deuren en een spider. Deze laatste is nu een begeerde maar zeldzame en dus dure oldtimer geworden. Alle koetswerkvarianten hadden een motor met een cilinderinhoud van 1.400cc en waren in drie vermogens verkrijgbaar: 28, 35 en 37pk.
Klik hier voor foto’s van de Fiat 501, 502, 503 en 514.
Klik hier voor het volledige overzicht van deze reeks.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments