Na de Tweede Wereldoorlog was de Duitse economie volledig ingestort, zowel het openbaar vervoer als de normale verkeersmiddelen waren gebrekkig en het geld was schaars, zodat een ‘normale auto’ voor de meeste mensen onbereikbaar was. Dit was dan ook de gouden tijd van de kleine auto’s en mini-dingetjes die daarvoor moesten doorgaan, die al spoedig in allerlei variaties door verschillende bedrijven werden geproduceerd.
Eén van die mini-auto’s was de ‘Cabineroller’ van Messerschmitt. De voormalige ingenieur vliegtuigbouw Fritz Fendt bouwde sinds 1948 in Rosenheim in Beieren een driewieler voor één persoon, die voornamelijk bedoeld was voor mensen die een been hadden verloren tijdens de oorlog. Dit voertuig werd niet in serie gebouwd en werd ofwel met handaandrijving geleverd, of naar keuze met een Viktoriamotortje met een inhoud van 38cc, of met een Sachs-motor van 98cc. Met die Sachs kon de driewieler iets meer dan 60 kilometer per uur halen. de prijs bedroeg, naar gelang de uitvoering, tussen de 800 en de 1.300 Duitse Marken. In de loop der jaren werd het voertuig steeds verder verbeterd. Zo kwamen er brede, kleine wielen in de plaats van de oorspronkelijke fietswielen. Ook kwam er later een motor van het fabricaat Riedel-Imme, met een inhoud van de volle 100cc.
Op basis van deze driewieler ontwikkelde Fritz Fendt een tweezitter, een soort van tandem, met een motor van 0,173 liter, die in het voorjaar van 1953 in Regensburg in serieproductie werd genomen. Deze Cabineroller, zoals het vehikel genoemd werd, had een opklapbaar dak van plexiglas net als een straaljager. De bestuurder en de passagier moesten ook langs daar instappen. Het voertuig was niet uitgerust met een stuurwiel, maar met een stuur als dat van een motorfiets. In totaal werden er van dit voertuig, dat in Duitsland ook wel ‘Schneewittchensarg’ genoemd werd en wat zoveel betekent als ‘doodskist van Sneeuwwitje, tot 1954 ongeveer 10.000 stuks geproduceerd.
Begin 1955 kwam er dan een verbeterde versie uit, de KR200. In één jaar tijd werden hier maar liefst 11.909 stuks van gemaakt. In 1956 ontstonden er echter liquiditeitsproblemen en de fabriek in Regensburg werd door Messerschmitt afgestoten. Fritz Fendt behield de leiding over de nu zelfstandige onderneming, de Fahrzeug- und Maschinenbau GmbH. De Cabineroller werd nog tot 1964 gbebouwd, maar in zeer kleine aantallen.
Opmerkelijk is ook de FMR Tg500, waarvan er tussen 1958 en 1961 ongeveer 250 stuks zijn gebouwd. Die had namelijk vier wielen in de plaats van drie en een motor met een halve liter cilinderinhoud die 19.5 pk leverde. Hiermee bereikte de ‘Tijger’, zoals hij genoemd werd, een topsnelheid van 125 km/uur.
Klik hier voor een overzicht van deze reeks.
De geschiedenis van de auto in 60 delen: Messerschmitt Cabineroller (1955)
WebAds_Mobile_3
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments