De Vectra-productie verhuisde naar de Britse fabriek met de hulp van Engelse staatssteun die door de Europese Unie goedgekeurd werd. Het Reilly-team kon de Europese Commissie overtuigen dat de productiekosten in Antwerpen lager waren dan in Ellesmere Port.
Om die handicap te overbruggen, stond de EU staatssteun toe. Dat paste binnen Europese convergentiedoelstelling: economisch achtergebleven regio's kansen bieden om hun achterstand in te halen.
Het argument van de Commissie dat de handicap gedeeltelijk zou worden goedgemaakt door de voordelen van een nationale Vectra-productie werd door Vauxhall weerlegd. Uit de resultaten van een voorgelegde marktstudie moest blijken dat inheemse productie nauwelijks invloed heeft op het nationale koopgedrag.
Sindsdien is Antwerpen een kwetsbare mono-model fabriek. In werkelijkheid was de uitbreiding in Ellesmere Port onderdeel van een overeenkomst met de Engelse vakbonden als compensatie voor de sluiting van de fabriek in Luton. Ten koste van de werknemers in Antwerpen.
Detroit Diesel Allison
Zoals we eerder al schreven was Nick Reilly ook enkele maanden actief in België. Op de vraag wat hij daar precies deed, gaf GM het volgende antwoord: "Nick Reilly had manager responsibility for consolidating into Antwerp all the business of Detroit Diesel Allison (then a subsidiary of GM) for all Nordic countries, Germany, Holland and Belgium. Dates were March 78 to April 79 when the job was completed successfully with major savings."
Vic Heylen werkt voor het Flander's Centre for Automotive Research (FCAR), een onafhankelijk, academisch ondersteund kenniscentrum voor de automobielindustrie.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments