Bugatti 100 Expo vertelt het verhaal van een bijzonder automerk en een man met een passie voor auto's. De tentoonstelling rondt de viering van honderd jaar Bugatti af en wordt gesteund door het automerk zelf en importeur D'Ieteren.
Op de mezzanine boven het museum staan ongeveer veertig Bugatti's, uitgeleend door Bugatti en de Collection Schlumpf in Mulhouse. De tentoonstelling is niet chronologisch, maar thematisch opgebouwd rond sport en elegantie. De auto's staan in een cirkel bijeen met de sportwagens aan de ene kant en de elegante luxewagens aan de andere kant.
De Italiaan Ettore Bugatti richtte in 1909 zijn eigen automerk op in Molsheim, in de Elzas (vroeger Duitsland, na 1919 Frankrijk). Anders dan de meeste autobouwers in die tijd, had Ettore Bugatti geen ingenieursdiploma. Hij had wel al ruime ervaring opgedaan bij merken zoals De Dietrich, Mathis en Deutz AG.
Op basis van een prototype dat Bugatti bij Deutz in Keulen had ontwikkeld, ontstond de eerste Bugatti: de Type 13. De productie startte in januari 1910. Op de tentoonstelling in Brussel is een van de vroege exemplaren van de Type 13 te zien, in een bijna originele staat.
Nadat vier Bugatti's Type 13 de eerste plaatsen bezetten bij de Grote Prijs van Italië in Brescia, krijgt de auto de bijnaam Brescia. De racewagens Type 13, Type 22 en Type 23 (16 kleppen) dragen vanaf die dag allemaal dit achtervoegsel. Tussen 1921 en 1926 verkoopt Bugatti zo'n 2.005 exemplaren van de Brescia en Brescia modifiée op een totale productie van bijna 8.000 Bugatti's.
De Bugatti Type 35 is een van de meest symbolische Bugatti's en misschien wel het archetype van de racewagen van midden jaren '20. In de zeven jaren dat hij in productie was, won deze auto 1.851 races. Het radiatorrooster in hoefijzervorm en de wielen met brede spaken in aluminium maken op de Type 35 voor het eerst hun opwachting. De minder dure Type 37 had dezelfde afmetingen, maar slechts vier in plaats van acht cilinders.
De creaties van Ettore Bugatti waren bijzonder duur en soms ook zeer origineel. Voor zijn zoon Roland bouwde hij een replica van de Type 52 op schaal 1/2. Het bleef niet bij een exemplaar want de rijke klanten bestelden er ook voor hun kinderen. Hergé vereeuwigde dit model in Kuifje en het Zwarte Goud met Prins Abadallah. Het exemplaar dat in Brussel staat, behoorde ooit toe aan Prins Boudewijn.
Nog zo'n unieke creatie was de Type 59, een kleine elektrische tweezitter waarmee Ettore Bugatti zich te verplaatste rond zijn woonplaats en rond de fabriek. Het tentoongestelde model was ooit eigendom van Koningin Elisabeth van België.
Ook Bugatti's zoon Jean was actief in het bedrijf. Anders dan zijn vader, had hij meer oog voor design dan voor techniek. In 1931 ontwierp hij als 23-jarige voor ene Armand Esders het legendarische tweezitskoetswerk van de Type 41 Royale roadster (1926-1931). Jean Bugatti tekende ook het koetswerk van de Type 50. Dat was de eerste Bugatti met een motor met dubbele bovenliggende nokkenas. Met 228 pk was dit de krachtigste motor die Ettore Bugatti ooit zou bouwen.
De mooiste pareltjes van de hand van Jean Bugatti waren de Type 57, 57S, 57C en 57SC Atlantic. Afhankelijk van het koetswerk kregen ze namen als Stelvio, Aravis, Galibier, Ventoux, Atalante en Atlantic.
De Type 57G, een aangepaste 57S met bijnaam de tank, won in 1937 en 1939 de 24 uren van Le Mans. Deze wagen kostte Jean Bugatti het leven op 11 augustus 1939 op 30-jarige leeftijd. Hij verongelukte toen hij tegen 200 km/u een fietser probeerde te ontwijken tijdens een test op een afgesloten weg bij de fabriek in Molsheim.
Meer onheil volgde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek volledig vernield en verloor het bedrijf de controle over zijn eigendom. Ettore Bugatti stierf op 21 augustus 1947.
Na de dood van Ettore Bugatti produceert de fabriek onder leiding van Pierre Marco nog een beperkte reeks van de Type 101 met techniek van de Type 57. Roland Bugatti en Pierre Marco vragen in 1951 aan Gioacchino Colombo (Alfa Romeo, Ferrari, Maserati) om een nieuwe racewagen te ontwerpen. De Type 251 met motor dwars achterin wordt geen succes.
Na deze tegenvaller zoekt Roland voormalig ingenieur Bertrand op om de ontwikkeling van de Type 252 voort te zetten. Deze kleine sportwagen met vier cilinders, de helft van de Type 251, is de ultieme poging om de onderneming nieuw leven in te blazen. Tevergeefs. De productie stopt.
In de jaren '60 en '70 belandt het erfgoed van Bugatti in verschillende handen. Ontwerper Virgil Exner, die voor Chrysler en Studebaker werkte, tekende in de jaren '60 een prototype voor een nieuwe Bugatti op het chassis van de Type 101 maar kreeg de financiering niet rond. Bugatti ging verder met het produceren van onderdelen voor vliegtuigen en werd verkocht aan Hispano-Suiza in 1963.
In 1987 kocht de Italiaanse ondernemer Romano Artioli de rechten van het merk. Hij stichtte Bugatti Automobili SpA met de hoofdzetel in Campogalliano, in de buurt van Modena. Op 15 september 1991, de verjaardag van Ettore Bugatti, werd de EB 110 voorgesteld op de autoshow van Parijs. Het was toen de snelste in serie gebouwde sportwagen met een spurt van 0 tot 100 km/u in 3,4 seconden.
In 1993 presenteerde Artioli op de autoshow van Genève een tweede Bugatti, de EB 112 sedan met een ontwerp van ItalDesign. Later dat jaar kocht de Romano Artioli via zijn holding ook het merk Lotus van General Motors. Door een dip in de Amerikaanse en Europese economie moet de onderneming van Artioli in 1995 de boeken neerleggen. De EB 112 bereikte het productiestadium niet.
Bugatti verrijst in 1998 voor de tweede keer. Onder impuls van toenmalig CEO Ferdinand Piëch koopt de Volkswagen-groep de rechten van het merk Bugatti en vestigt Bugatti Automobile SAS opnieuw in Molsheim.
Meteen na de start debuteert een eerste prototype, de EB 118. Het jaar daarop volgen de studiemodellen EB 218 en 18.3 Chiron. Het getal "18" verwees naar het aantal cilinders, "Chiron" naar piloot Louis Chiron die talloze races won voor Bugatti.
Op de salons van Detroit, Genève en Parijs toont Bugatti in 2000 het prototype Veyron, genoemd naar de racer die de laatste Bugatti-overwinning boekte in de 24 uren van Le Mans.
Door technische problemen duurt het tot 2006 voor de auto in productie gaat. Jaarlijks rollen ongeveer 80 exemplaren van de band. Bij zijn lancering is het de snelste sportwagen van de wereld. De meeste kopers van de Veyron 16.4, zoals hij voluit heet, komen hun auto zelf afhalen zoals in de tijd van Ettore.
Modehuis Hermès en Bugatti slaan in 2008 de handen in elkaar voor de Veyron Fbg by Hermès. Deze speciale serie doet de relatie tussen Emile Hermès en Ettore Bugatti uit de jaren '20 herleven.
Het voorlopig laatste nieuwe seriemodel van Bugatti is de Veyron 16.4 Grand Sport met een afneembaar doorzichtig dak in polycarbonaat. Bugatti werkt ook aan iets nieuws, getuige het prototype 16C Galibier. In de loop van 2010 maakt Bugatti zijn verdere toekomstplannen bekend.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments