Op 26 juni 1876 sneuvelde generaal Armstrong Custer tijdens de Slag bij Little Bighorn in de strijd tegen de indiaanse stamhoofden Sitting Bull en Crazy Horse. Henry Ford was toen 13 jaar oud. Zijn oom aan moeders kant was enkele jaren eerder gesneuveld tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.
Industriële activiteit ging in die tijd niet veel verder dan het produceren van fietsen, Smith & Wesson-revolvers en Winchester-karabijnen voor duellerende cowboys, de strijdende legers in de Burgeroorlog en het bevechten van indianen. Henry was 6 jaar oud toen in 1869 de opening van de Transcontinental Railroad de oost- en westkust van de Verenigde Staten met elkaar verbond en bouwers van postkoetsen op zoek moesten naar andere bezigheden.
Dat is ruw geschetst het tijdsbeeld waarin de jonge Henry Ford zich geroepen voelde auto's te gaan bouwen. Niet als resultaat van gesofistikeerd marktonderzoek. "In dat geval," zo stelde Henry later, " had ik me moeten toeleggen op de ontwikkeling van een sneller paard."
De rest is geschiedenis. In 1919 was bijna de helft van in de VS verkochte auto's een Ford. In 1927 waren wereldwijd al 15 miljoen Ford Model T's van de band gelopen. Daarmee was de grondslag gelegd van een industrieel koningshuis met hoofdrol in de wereld van de automobielindustrie.
Koningshuizen
Voor traditionele koningshuizen bestaan geen eeuwigdurende garanties. Volksopstanden met of zonder guillotines, afzettingen en verbanningen hebben meermaals voortijdig een einde gemaakt aan een koninklijke droom.
In 1935 beleefde Henry Ford ei zo na zijn Bastille-dag. In aanloop van zijn herverkiezing in 1936, lanceerde president Roosevelt een regelrechte aanval op de volgens hem "onrechtvaardige concentratie van weelde en macht in de Amerikaanse samenleving".
Dat resulteerde in een wet voor een heffing van 70 procent aan erfenisrechten op fortuinen groter dan 50 miljoen dollar. Volgens de nieuwe wet zouden Fords erfgenamen bij zijn overlijden 70 procent van de waarde van het bedrijf aan successierechten moeten betalen. Met uiteraard ernstige gevolgen voor de toekomst van het familiebedrijf.
Fords advocaten vonden een oplossing in de oprichting van de Ford Foundation. Een erkende, van erfenisrechten vrijgestelde liefdadigheidsinstelling. Fords aandelen werden opgesplitst in 95 percent niet-stemgerechtigde A-aandelen en 5 percent stemgerechtigde B-aandelen. De niet-stemgerechtigde aandelen werden taksvrij ondergebracht in de Foundation, de stemgerechtigde aandelen, en daarmee de controle over het bedrijf, bleven in de familie.
De overdracht betekende uiteraard een pijnlijke financiële aderlating, maar wel de enige manier om de controle over het bedrijf binnen de familie te houden. In 1955 besloot de Foundation onder massale belangstelling van beleggers, een deel van haar aandelen op de markt te brengen. Sindsdien is het aandeel op de beurs genoteerd.
Firestone-connectie
Voor klassieke koningshuizen zijn verstandshuwelijken een middel om machtsposities te behouden of te versterken. Bandenmagnaat Harvey S. Firestone was samen met Thomas Edison vriend van het eerste uur en hoofdleverancier van banden voor Fords auto's. In 1947 huwde Henry's kleinzoon William Clay Ford sr. met Harvey’s kleindochter Martha Firestone.
Het huwelijk had geen financiële verstrengeling tot gevolg, maar wel een versterking van bestaande commerciële en vriendschapsbanden. Die kwamen onder druk nadat de NHTSA (National Highway Traffic Safety Association) in februari 2000 een onderzoek had ingesteld naar de oorzaak van een reeks dodelijke ongevallen met Ford Explorers uitgerust met Firestone-banden. Omdat Firestone in 1988 was overgegaan in Japanse handen (Bridgestone), bleef dit zonder veel effect op de bestaande familiale betrekkingen. William Clay Ford sr. hield er wel een fortuin van 1,2 miljard dollar aan over.
Wat nu?
Tot vandaag hebben vijftig nog in leven zijnde Ford-erfgenamen het imperium intact kunnen houden. Zij leven royaal van de jaarlijks uitgekeerde dividenden. De 26 miljoen aandelen van William Clay Ford sr., schoonzoon van Harvey Firestone, waren in 2005 nog goed voor ruim 10 miljoen dollar aan dividenden.
Erfgenamen in geldnood vinden altijd wel een familielid bereid voor het omruilen van een aantal stemgerechtigde aandelen tegen enkele van zijn of haar niet-stemgerechtigde aandelen. Op die manier zijn tot nog toe 40 procent van de stemgerechtigde aandelen binnen de familie gebleven. Dat is het betere nieuws.
Het slechtere nieuws is de belabberde financiële situatie van het bedrijf. In 2006 boekte Ford Motor Cy een recordverlies van 12,6 miljard euro. Zeventien fabrieken moeten worden gesloten, 40.000 werknemers afgedankt. Fords prestigemerken Jaguar en Land Rover worden te koop gesteld.
De waarde van het Ford-aandeel is van rond 50 dollar in 1999, naar amper 7 dollar hopeloos ineengezakt. Van het familiefortuin van 3,85 miljard dollar in 1999 blijft nog rond de 500 miljoen dollar over. Sinds het vierde kwartaal 2006 wordt, voor het eerst in twintig jaar, geen dividend uitbetaald.
Om de continuïteit van het bedrijf te verzekeren, moest met verschillende eigendommen en zelfs het blauwe Ford-logo als onderpand, bij de banken 23,4 miljard dollar aan vers geld opgehaald worden. Dat gebeurde bij manier van spreken minuten voor het uitbreken van de financiële crisis midden 2008 en is meteen de verklaring waarom Ford als enige van de Amerikaanse Grote Drie het tot nog toe zonder staatssteun heeft kunnen redden.
Ondanks regelmatig opduikende geruchten houdt het familiefront stand en is er geen sprake van een eventuele uitverkoop van de familiejuwelen. Vraag is hoelang dit wordt volgehouden wanneer niet langer dividenden worden uitbetaald.
Vic Heylen werkt voor het Flander's Centre for Automotive Research (FCAR), een onafhankelijk, academisch ondersteund kenniscentrum voor de automobielindustrie.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments