Amédée Gordini werd in 1899, één jaar na de start van Renault, geboren als Amadeo Gordini in Bazzano, in de buurt van Bologna in het zuiden van Italië. Al heel jong geraakte hij geïnteresseerd in auto's. Als 11-jarige sleutelt hij al aan Fiats bij een dealer in Bologna, met als leermeester Edoardo Weber (die later bekend zou worden met zijn carburateurs).
Drie jaar later gaat Gordini werken bij Isotta Fraschini in Milaan onder het toeziend oog van niemand minder dan Alfieri Maserati. Tijdens de Eerste Wereldoorlog dient Gordini bij de Italiaanse infanterie en daarna gaat hij opnieuw aan de slag bij Isotta Fraschini. Al snel bouwt hij zijn eerste racewagen op basis van een Fiat Bianchi en specialiseert hij zich in prepareren van krachtbronnen van Hispano-Suiza.
In 1925 vestigt Gordini zich in Parijs, neemt de Franse nationaliteit aan en verandert zijn naam naar het meer Frans klinkende Amédée. Hij werkt er eerst als hersteller van Hispano-Suiza en opent een jaar later zijn eigen garage in de buurt van Parijs, waar hij voornamelijk Fiats herstelt. Hij tunet ook Fiats om deel te nemen aan Le Mans.
Midden jaren '30 sluit Gordini een samenwerkingsverband met Simca. In 1938 verschijnt Simca aan de start van Le Mans met zes wagens die door Gordini onder handen werden genomen. Gordini maakte van de bescheiden Simca 5 en 8 (feitelijk onder licentie gebouwde Fiats) echte racemonsters. Het leverde Gordini de bijnaam Le Sorcier (de tovenaar) op.
Na de Tweede Wereldoorlog gaan Simca en Gordini verder, maar in 1951 scheiden hun wegen. Gordini start een eigen sportwagenmerk maar moet in 1957 stoppen door financiële problemen. Een jaar eerder had Gordini Pierre Dreyfus ontmoet, de toenmalige directeur van Renault. Renault vroeg aan Gordini om hun versnellingsbakken te verbeteren. Gordini volbracht die opdracht met verve, waardoor hij ook ingehuurd werd om een nieuwe, veel sportievere motor voor de Dauphine te ontwikkelen.
In 1964 verschijnt het model dat Gordini voor eeuwig in de geschiedenisboeken doet belanden: de R8 Gordini. Een deel van de techniek van de R8 kwam overeen met de Dauphine en kende dus geen geheimen voor Gordini. Maar hij ging hier veel ingrijpender te werk. De R8 werd grondig getuned en kreeg eerst een 1.1 en later een 1.25 benzinemotor. Vier koplampen, een koetswerk in blue de France en twee witte strepen kenmerkten de buitenkant.
De R8 Gordini was een groot succes. Tussen 1964 en 1970 werden 11.607 exemplaren verkocht, het merendeel 1.300's. In 1966 werd met de 1.300-versie de eerste Coupe Gordini gereden. Een decennium lang zou de R8 Gordini autoliefhebbers bekoren. De blauwe auto schitterde ook in de bioscoop aan de zijde van Romy Schneider, Alain Delon of Lino Ventura. In 1969 kocht Renault het merk Gordini.
19 juli 1970 is een datum die in het geheugen van Gordini-fans gegrift staat. Op die dag komen 3.000 Gordini's uit onder meer Frankrijk, Spanje en België bijeen op het Zuid-France circuit Le Castellet. Renault presenteerde op dat evenement ook een nieuw model: de R12 Gordini. Onder meer door de omschakeling naar voorwielaandrijving werd deze opvolger geen succes. In 1974 stopte de teller op 5.188 exemplaren.
Na de R12 zou het Gordini-logo ook nog op de R17 en R5 prijken, zonder groot succes. Voor de veertigste verjaardag van de R8 Gordini presenteerde Renault in 2004 nog een speciale uitvoering van de Clio RS in de kleuren van Gordini.
Amédée Gordini stierf op 25 mei 1979 en ligt begraven op het kerkhof van Montmartre in Parijs. Hij is zeker nog niet vergeten. De Place Amédée Gordini in Parijs werd naar hem genoemd en binnenkort prijkt zijn naam op de Twingo RS, Clio RS en (later) Mégane RS.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments