Aan de buitenkant ziet de auto er precies uit als een gewone 190, de compacte sedan die Mercedes in 1982 voorstelde. De 190, bekend onder de codenaam W201, was de voorloper van de C-Klasse. Bij zijn lancering was het de kleinste Mercedes ooit en daarom kreeg hij al snel de koosnaam Baby-Benz. In vergelijking met de E, S en SL behoorde de 190 inderdaad tot de compacte klasse, nu ligt dat met de A- en B-Klasse uiteraard anders.
Na de tweeliter benzineversie volgde in 1983 een dieselversie met vier of - in optie - vijf versnellingen. De nieuwe viercilinder met een cilinderinhoud van 1.997 cc kreeg vooral complimenten voor zijn stille werking omdat hij goed ingekapseld werd in de motorruimte.
Op een avond discussieerden een aantal medewerkers van Mercedes over de enorme vooruitgang die de afgelopen twintig jaar geboekt werd met diesels. Ze vroegen zich af hoe ze dit direct aantoonbaar konden maken, los van de evolutie qua veiligheid en comfort. Het resultaat is de 190 D BlueEfficiency.
Als basis koos Mercedes een 190 E 2.6 Sportline uit 1992, een zescilinder benzine. Zijn zescilinder weegt ongeveer evenveel als de motor uit de C250 CDI (de OM 651), waardoor de ombouw de gewichtsbalans niet verstoort. Zowel de remmen als de sportophanging waren al voorzien voor 160 pk.
De 190 E 2.6 in kwestie is één van de drie 190's die in de garage staan van Peter Lehmann. Lehmann bouwt bij Mercedes concept cars en was de teamleider van deze ombouw. Samen met twee collega's werkte hij één jaar lang aan dit project.
De motor van de C250 CDI inbouwen onder de motorkap van de 190 was geen sinecure. Ten eerste zou de stuurkolom het carter doorboren. Het team van Lehmann vond de oplossing door collega's van de afdeling bedrijfsvoertuigen te consulteren. Het carter van de Mercedes Sprinter was namelijk wel compatibel met de besturing van de 190.
Dat was niet de enige noodzakelijke aanpassing. De transmissietunnel moest verbreed worden om plaats te maken voor de huidige zesversnellingsbak. Het differentieel van de achteras werd geleend bij de C-Klasse 3.2 van de vorige generatie (W203).
"De grootste uitdaging tijdens dit project was niet de hardware, maar de elektronica", zegt Peter Lehmann. De 190 had namelijk geen CAN-bus als datatransfersysteem. Zonder de juiste signalen start de motor niet, aangezien het elektronische startslot de verbinding vormt tussen de CAN-bus van de motor en de CAN-bus van het interieur. Twee dozen in de koffer zenden daarom signalen uit om de motor te doen denken dat hij op een testbank draait. De ABS-signalen werden op een gelijkaardige manier nagebootst.
De conversie lukte, met de 190 D BlueEfficiency als resultaat. "De rij-ervaring is werkelijk uniek", zegt Lehmann. De 204 pk sterke motor stuurt de 190 6,2 seconden naar 100 km/u. Dat is maar liefst 11,9 seconden sneller dan de 190 D met zijn oude lome dieselmotor. Het koppel van 500 Nm is meer dan het dubbele van de allersterkste 190, de 190 E 2.5-16 Evolution II waarvan Mercedes slechts 502 exemplaren bouwde.
Een 190 D met bouwjaar 1988 verbruikte 7,3l/100 km, maar met de moderne OM 651-motor is dat nog 4,9 l/100 km in de 190 D BlueEfficiency. Een nieuwe C250 CDI BlueEfficiency verbruikt 5,1l/100 km. Een C-Klasse is enerzijds 16 cm langer en 385 kg zwaarder dan een 190 D, maar heeft anderzijds wel een betere stroomlijn.
Geïnteresseerden moeten we teleurstellen want voor Mercedes is de 190 D BlueEfficiency niet meer dan een experiment. "Elke keer als we de auto 's nachts in onze garage achterlieten, vonden we de volgende ochtend een briefje met de vraag of de auto niet te koop was", aldus Peter Lehmann. Maar het blijft bij dit unieke exemplaar.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments