De Mercedes W124 debuteerde als limousine in november 1984 in Sevilla (Spanje). Zijn uiterlijk, van de hand van Bruno Sacco, Joseph Gallitzendorfer en Peter Pfeiffer, sloot goed aan bij de 190. Onderhuids waren er nog meer parallellen met de kleinste Mercedes. Zo gebruikte de W124 ook hogesterktestaal.
Het gestroomlijnde koetwerk (Cw-waarde tussen 0,29 en 0,32) verschilde nauwelijks naargelang de motor, of het nu 200 D viercilinder of 300 E zescilinder was. Maar twee details maakten het verschil: de zescilindermodellen beschikten over een dubbele uitlaat en de 300 D en de modellen met airconditioning (toen nog een optie) kon je herkennen aan hun luchtinlaten met louvres in de voorbumper.
Break, coupé en cabrio
De W124-reeks telde een grote variatie aan carrosserievarianten. In september 1985 lanceerde Mercedes de praktische Estate. Hij was leverbaar met dezelfde motoren als de limousine, maar ook als 300 TD TURBO met turbodieselmotor (143 pk/105 kW).
In maart 1987 breidde Mercedes het gamma uit met de Coupé. Omdat zijn wielbasis 8,5 cm korter was en een B-stijl ontbrak had die een sportiever voorkomen dan de limousine en break. Versterkte A-stijlen en extra sterke staalsoorten compenseerden het gebrek aan een B-stijl. Ook specifiek voor de Coupé waren de kunststof carrosseriedelen met geïntegreerde skirts in een andere kleur dan het koetswerk.
Op de basis van de Coupé bouwde Mercedes van 1992 ook een Cabrio met vier zitplaatsen. Ten opzichte van dat model waren meer dan duizend onderdelen gewijzigd om de stijfheid van het koetswerk te garanderen. Zo was de A-stijl nogmaals versterkt en achter de achterstoelen werkte Mercedes twee rolbeugels weg. In het stoffen dak zat een verwarmde achterruit van veiligheidsglas.
Speciale gevallen
De W124 maakte ook carrière als lijkwagen en ambulance. Dat komt omdat Mercedes ook een chassis met een gedeeltelijk koetswerk aanbood. Vanaf 1989 was er ook een W124 limousine met lange wielbasis (+ 80 cm) en zes deuren, ontwikkeld met ombouwspecialist Binz. Daar werden 6.398 stuks van gebouwd, een beetje meer dan het totale aantal W124 Cabrio's.
Innovatie
De W124 vernieuwde op diverse vlakken. Het was bijvoorbeeld de eerste Mercedes waarvan het ontwerp onderworpen werd aan computersimulaties van ongevallen. Of de eerste Mercedes met 4Matic-vierwielaandrijving, die in hetzelfde debuteerde als de driewegkatalysator (1985).
Ook de motoren evolueerden. In 1987 verscheen de 200 E met injectiemotor en de vijfcilinder 250 D. Een jaar later kregen de diesels met vijf en zes cilinders een nieuw inspuitsysteem en werden zaken als ABS en een rechterbuitenspiegel met verwarming standaard.
Een echte facelift kwam er in 1989. Alle modellen kregen een nieuw interieur en net als de Coupé flankbescherming uit kunststof, onder de liefhebbers Sacco-Bretter genoemd.
500 E
In oktober 1990 debuteerde op de autoshow van Parijs een nieuw topmodel. De 500 E werd de eerste E-Klasse met een achtcilinder. Je kon hem herkennen aan de uitgeklopte wielkasten, de 16-duimsvelgen, de mistlampen in de voorbumper en de verlaagde ophanging. De vijfliter V8 leverde 326 pk en 480 Nm. Een standaard anitslipregeling en hydropneumatische vering achteraan hielden de auto in toom. De 500 E spurtte in 5,9 seconden naar 100 km/u.
Tweede facelift
In juni 1992 bereikte de productie van de W124 een belangrijke mijlpaal: het tweemiljoenste exemplaar liep van de band. Enkele weken later onderging de reeks een tweede facelift. Alle benzinemotoren schakelden over op vier kleppen per cilinder. De standaarduitrusting werd uitgebreid met onder meer airbags, centrale vergrendeling, elektrisch verstelbare buitenspiegels en een vijfversnellingsbak voor de viercilinders. Nieuw in het gamma was de 400 E met 4.2 V8.
Vanaf 1993 ging de W124-reeks door het leven als E-Klasse, naar analogie met de S-Klasse en de net gelanceerde C-Klasse. Op de letter E volgden drie cijfers naargelang de cilinderinhoud. De afkortingen D en TD werden vloluit geschreven als "Diesel" en "Turbodiesel".
Samen met de nieuwe naam veranderde de motorkap. De grille werd erin geïntegreerd en de ster kreeg een plaatsje erop. De knipperlichten bevonden zich voortaan achter wit glas en de ontwerpers hertekenden ook bumpers en de vorm van de kofferklep.
Rond die tijd verscheen ook de E60 AMG met 6.0 V8-motor als nieuw topmodel.
Einde
In juni 1995 presenteerde Mercedes de opvolger van de W124: de W210. De W124 limousine ging tussen juni en augustus 1995 uit productie. De Estate werd nog tot en met 1996 gebouwd en de laatste Cabriolet rolde in 1997 van de band. Uiteindelijk produceerde Mercedes 2.555.861 stuks van de W124, waarvan meer dan twee miljoen limousines.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments