In de jaren '30 telde het Renault-gamma al verschillende coupémodellen zoals de Celtaquatre Coupé (1934), Viva Grand Sport Coupé (1935) of Nerva Grand Sport Coupé (vanaf 1936). Na de Tweede Wereldoorlog concentreerde Renault zich echter op lichte en goedkopere wagens en verliest het het coupésegment uit het oog.
Onder invloed van de Amerikaanse markt maakt de coupé bij Renault een comeback. Sinds 1957 verkocht Renault in de Verenigde Staten de Dauphine. Op vraag van de Amerikaanse contractpartners besloot het Franse merk in 1957 om een coupé en cabriolet op basis van de Dauphine te bouwen. In Europa wordt de sportwagen Floride gedoopt, in de VS heet hij Caravelle.
Italiaans design
De befaamde Italiaanse designer Pietro Frua tekende het basisontwerp van de Floride. De designafdeling van Renault werkte alleen de details af. Renault bood de Floride aan in drie varianten. Behalve de coupé en cabriolet was er ook een zogenaamde Convertible, een cabriolet met een vouwdak en een bijkomende afneembare stalen hardtop.
Technisch vertonen de zustermodellen grote overeenkomsten met de Dauphine. Ze worden aangedreven door de achterin geplaatste viercilindermotor van 845 cc uit de topversie Dauphine Gordini met een vermogen van 40 pk. Net als bij een sportwagen met centraal geplaatste motor, voerden roosters voor de achterwielen verse lucht naar de luchtfilter en de waterkoeler. Het vermogen werd op de achteras overgebracht via een drieversnellingsbak en de sportieve Renault klokten een topsnelheid van 125 km/u.
Lange carrière
Vier jaar lang produceerde Renault de Floride ongewijzigd. Zo lang blijft de grote vraag in het welvarende Europa aanhouden.
Begin 1962 was de tijd rijp voor lichte moderniseringen. De cabriolet werd een krachtigere Floride S met 51 pk. De koeler werd niet meer in de rijrichting vóór de motor ondergebracht, maar erachter. Daardoor werden de koelroosters op de flanken overbodig. Ze werden vervangen door een strook met luchtgleuven op de motorkap.
De coupé kreeg toen ook een nieuw dak, dat rechter liep dat bij zijn voorganger. Door de steilere achterruit kregen de inzittenden achteraan meer hoofdruimte. Ter gelegenheid van alweer een modelvernieuwing doopte Renault de Cabriolet in juni 1963 om tot Caravelle. Tot oktober 1965 stijgt het motorvermogen van de Caravelle tot 57,5 pk uit een 1.1 motor.
Pas in juli 1968 zet Renault een punt gezet achter de carrière van de Floride: na in totaal 117.113 exemplaren sluit de autoconstructeur het hoofdstuk Floride/Caravelle af.
Place comments
0 Comments
You are currently seeing only the comments you are notified about, if you want to see all comments from this post, click the button below.
Show all comments